Een vloek is snel ontsnapt. Het is een vervelende eigenschap waar je maar moeilijk vanaf komt. Je kunt het wel vervangen door “chips” of andere varianten op scheldwoorden, maar het blijft iets onnodigs. Het lijkt misschien op te luchten als je je vingers stoot en er een vloek uitgooit, maar de pijn wordt er niet minder van. Sinds de afgelopen dagen ligt mijn vader in het ziekenhuis. Aan het begin van de week was hij meerdere dagen niet aanspreekbaar. Halverwege de week veranderde dat. Langzaam kwam hij bij. Hij sprak erg onduidelijk en dat leidde tot frustratie. Wat hij daarop zei was kraakhelder, niet om hier in de kerk te herhalen, maar nog nooit was ik zo blij met een vloek. Het is makkelijk om te zeggen dat vloeken niet mag. En toch zijn er situaties waarin je het anders hoort. Wetten en regels hebben we niet voor niets. We moeten rekening houden met elkaar, maar het is altijd goed om ook naar de omstandigheden te kijken. Dat woord van mijn vader heeft een andere lading dan wanneer ik te lang bij de koffie blijf hangen en mopperend mijzelf uit de voeten maak.
In het Evangelie zijn we vandaag nog steeds bij de Bergrede. Jezus geeft les aan zijn leerlingen en de kring om hen heen. Sommigen dachten dat Hij de Wet wilde veranderen of afschaffen. Maar Jezus zegt dat Hij niet gekomen is om de wet opzij te schuiven, maar om haar te vervullen. Hij gaat zelfs nog een stap verder en maakt duidelijk waar het God echt om gaat. We mogen er een schepje boven op doen en een stapje meer zetten. Dat we niet mogen doden, daar zijn we het waarschijnlijk allemaal wel mee eens. Als leerlingen van de Heer mag het breder en dieper gaan: de ander moeten we ook niet doodzwijgen, of met boosheid in het hart rondlopen. Het gaat niet alleen om de praktische handeling, maar ook om wat er in ons hart gebeurt. Zelfs het uitschelden van de ander. Iemand “Raka” noemen, oftewel “sukkel” in het Aramees, gaat al te ver. Jezus maakt het voor ons fijn concreet. Het gaat er niet alleen om wat je doet, maar ook om wat er vanbinnen leeft.
Als vrienden van Jezus mogen we mensen uit één stuk zijn. Dat is al lastig zat.
In de eerste lezing lezen we uit de wijsheid van Jezus Sirach. Het is geen profetisch boek, maar het biedt ons eigenlijk praktische inzichten. Een manier van levenswijsheid om ons op God te richten. In dit gedeelte en het verdere hoofdstuk houdt de schrijver ons voor dat we zelf verantwoordelijkheid dragen. Als we fouten maken, kunnen we dit niet in de schoenen van God schuiven, maar zullen wij in de spiegel moeten kijken, onze fout erkennen en opnieuw beginnen.
Regelmatig hoor ik dat men niet weet wat ze moeten biechten, want ze doen eigenlijk niks verkeerd. Dat is natuurlijk een goed streven, maar of er vanuit te gaan dat je daar al bent: wellicht zien we dan nog het een en ander over het hoofd. Het is te makkelijk om langs de tien geboden te gaan en te denken: “niemand vermoord, niets gestolen en jaloezie ken ik ook niet”. Check, goed bezig. Het mag breder en dieper gaan. Jezus nodigt ons vandaag uit om verder te kijken. Om niet alleen oog te hebben voor onze daden, maar ook naar ons hart. Naar onze woorden, onze gedachten en onze houding tegenover de ander.
Met die blik mogen we in de biechtspiegel kijken. Eerlijk, zonder maskers. Niet om onszelf naar beneden te halen, maar omdat we mogen vertrouwen op Gods barmhartigheid. Hij kent ons. Met al onze worstelingen, teleurstellingen en pijnen. Maar ook met onze mooie kanten. Hij ziet het hele plaatje en Hij houdt van ons, stuk voor stuk. De Heer nodigt ons uit om telkens weer naar Hem toe te gaan, om ons hart voor Hem open te leggen en opnieuw te beginnen. En van daaruit mogen we zijn liefde delen met de mensen om ons heen. Steeds een stapje meer. We mogen mensen uit één stuk zijn, met struikelruimte. Zoals een grote filosoof ooit zei: “Vallen opstaan en weer doorgaan.” Dat mogen we vol liefdevol Godsvertrouwen doen. Dan kan zelfs een vloek nog een gebed worden. Amen.
Reacties
Een reactie posten