Doorgaan naar hoofdcontent

6e zondag door het jaar A


Een vloek is snel ontsnapt. Het is een vervelende eigenschap waar je maar moeilijk vanaf komt. Je kunt het wel vervangen door “chips” of andere varianten op scheldwoorden, maar het blijft iets onnodigs. Het lijkt misschien op te luchten als je je vingers stoot en er een vloek uitgooit, maar de pijn wordt er niet minder van. Sinds de afgelopen dagen ligt mijn vader in het ziekenhuis. Aan het begin van de week was hij meerdere dagen niet aanspreekbaar. Halverwege de week veranderde dat. Langzaam kwam hij bij. Hij sprak erg onduidelijk en dat leidde tot frustratie. Wat hij daarop zei was kraakhelder, niet om hier in de kerk te herhalen, maar nog nooit was ik zo blij met een vloek. Het is makkelijk om te zeggen dat vloeken niet mag. En toch zijn er situaties waarin je het anders hoort. Wetten en regels hebben we niet voor niets. We moeten rekening houden met elkaar, maar het is altijd goed om ook naar de omstandigheden te kijken. Dat woord van mijn vader heeft een andere lading dan wanneer ik te lang bij de koffie blijf hangen en mopperend mijzelf uit de voeten maak.

In het Evangelie zijn we vandaag nog steeds bij de Bergrede. Jezus geeft les aan zijn leerlingen en de kring om hen heen. Sommigen dachten dat Hij de Wet wilde veranderen of afschaffen. Maar Jezus zegt dat Hij niet gekomen is om de wet opzij te schuiven, maar om haar te vervullen. Hij gaat zelfs nog een stap verder en maakt duidelijk waar het God echt om gaat. We mogen er een schepje boven op doen en een stapje meer zetten. Dat we niet mogen doden, daar zijn we het waarschijnlijk allemaal wel mee eens. Als leerlingen van de Heer mag het breder en dieper gaan: de ander moeten we ook niet doodzwijgen, of met boosheid in het hart rondlopen. Het gaat niet alleen om de praktische handeling, maar ook om wat er in ons hart gebeurt. Zelfs het uitschelden van de ander. Iemand “Raka” noemen, oftewel “sukkel” in het Aramees, gaat al te ver. Jezus maakt het voor ons fijn concreet. Het gaat er niet alleen om wat je doet, maar ook om wat er vanbinnen leeft.

Als vrienden van Jezus mogen we mensen uit één stuk zijn. Dat is al lastig zat.

In de eerste lezing lezen we uit de wijsheid van Jezus Sirach. Het is geen profetisch boek, maar het biedt ons eigenlijk praktische inzichten. Een manier van levenswijsheid om ons op God te richten. In dit gedeelte en het verdere hoofdstuk houdt de schrijver ons voor dat we zelf verantwoordelijkheid dragen. Als we fouten maken, kunnen we dit niet in de schoenen van God schuiven, maar zullen wij in de spiegel moeten kijken, onze fout erkennen en opnieuw beginnen.

Regelmatig hoor ik dat men niet weet wat ze moeten biechten, want ze doen eigenlijk niks verkeerd. Dat is natuurlijk een goed streven, maar of er vanuit te gaan dat je daar al bent: wellicht zien we dan nog het een en ander over het hoofd. Het is te makkelijk om langs de tien geboden te gaan en te denken: “niemand vermoord, niets gestolen en jaloezie ken ik ook niet”. Check, goed bezig. Het mag breder en dieper gaan. Jezus nodigt ons vandaag uit om verder te kijken. Om niet alleen oog te hebben voor onze daden, maar ook naar ons hart. Naar onze woorden, onze gedachten en onze houding tegenover de ander.

Met die blik mogen we in de biechtspiegel kijken. Eerlijk, zonder maskers. Niet om onszelf naar beneden te halen, maar omdat we mogen vertrouwen op Gods barmhartigheid. Hij kent ons. Met al onze worstelingen, teleurstellingen en pijnen. Maar ook met onze mooie kanten. Hij ziet het hele plaatje en Hij houdt van ons, stuk voor stuk. De Heer nodigt ons uit om telkens weer naar Hem toe te gaan, om ons hart voor Hem open te leggen en opnieuw te beginnen. En van daaruit mogen we zijn liefde delen met de mensen om ons heen. Steeds een stapje meer.  We mogen mensen uit één stuk zijn, met struikelruimte. Zoals een grote filosoof ooit zei: “Vallen opstaan en weer doorgaan.” Dat mogen we vol liefdevol Godsvertrouwen doen. Dan kan zelfs een vloek nog een gebed worden. Amen.

Reacties

Populaire posts van deze blog

14e zondag door het jaar C

Een tijd je terug ging in de avond de deurbel bij de pastorie. Ik verwachtte niemand en besloot de bel gewoon te negeren. Er werd nogmaals gebeld, stiekem keek ik even uit het raam en ik zag iemand met een rugzak staan. Het gebeurt vaker dat er aangebeld wordt en men om hulp vraagt, vaak in de vorm van geld voor een treinkaartje, eten of een plek om te slapen. In alle eerlijkheid, ik had er geen zin in. Mooier maken kan ik het niet en ik negeerde de bel. Toen kreeg ik een smsje, doorgestuurd vanaf de Noodtelefoon. De deurbeller had het nummer gevonden en zijn vraag verzonden. Hij bleek een missionaris te zijn die een slaapplek zocht. Mijn motivatie en zeker de gastvrijheid en naastenliefde was nog steeds niet erg hoog, maar ik besloot dat ik hem minstens aan kon spreken; alvorens af te poeieren. De missionaris vertelde dat hij, indachtig het Evangelie van vandaag, zonder spullen door Nederland trok om het Evangelie te leven en te verkondigen. Hij noemde bij een nieuwe orde te horen e...

Pinksteren

Van harte gefeliciteerd! Vandaag vieren we de verjaardag van de Kerk. Hiermee bedoel ik dit niet gebouw of de parochie die wij samen vormen, maar de Kerk met een hoofdletter. Na Pasen belooft Jezus aan zijn leerlingen een Helper, de H. Geest en vandaag vieren we dat Hij daadwerkelijk aan ons gegeven is. Het brengt de leerlingen letterlijk in beweging en zij trekken de wereld over om dat Goede Nieuws verder te verspreiden. De Kerk is geboren. Proficiat! De heilige Geest is in het beeld toch vaak de wat grote onbekende als we naar God kijken. Bij God de Vader hebben we wel een beeld, God de Zoon voelt benaderbaar, maar die God de Heilige Geest blijft wat ingewikkeld. Terwijl Hij er al vanaf het begin bij is. In het scheppingsverhaal komen we de Geest al tegen: “In het begin schiep God de hemel en de aarde. De aarde was woest en leeg; duisternis lag over de diepte, en de geest van God zweefde over de wateren” [cf. Gen. 1, 1.2] Door heel de Bijbel ontmoeten we de Geest. In de oorspronke...

19e zondag door het jaar C

  In mijn jonge jaren verzamelde ik van alles en nog wat. Een periode waren het steentjes. Als ik dan ging wandelen en een mooi exemplaar vond, sjouwde ik deze met mij mee. Het was dan een bijzondere schat die later in mijn kamertje een plek vond. De kleine verzameling is op een gegeven moment verdwenen. Het was dan ook geen echte schat voor mij, maar gewoon iets dat tijdelijk leuk was. Allemaal hebben we iets wat voor ons belangrijk is. Iets dat je als een schat, als rijkdom beschouwt. Dit kan een object zijn, maar misschien ook wel familie, gezondheid, mooie reizen maken. Iets waar je niet zonder zou kunnen, wat blijvende vreugde schenkt.   Jezus vraagt ons er ook naar: wat is jouw schat? Waar gaat je hart het meest naar uit? Hij zegt: “Waar je schat is, daar zal ook je hart zijn.” En dan gaat Hij nog een stap verder: Hij nodigt ons uit om onze schat niet hier op aarde te verzamelen, maar in de hemel. Want zo leiden we een leven met God. Zo’n leven vraagt ook iets van ons. O...