Mijn vader is al een tijdje ziek, hij heeft alzheimer. Nu komt hij in de fase dat hij steeds meer verliest. Waar hij in eerste instantie situaties door elkaar haalde of de dag niet meer precies wist, brokkelt de werkelijkheid steeds meer af. Overlijdens zijn vergeten, of hij verwacht dat ik nog aan tafel kom voor de maaltijd, terwijl ik echt al een paar jaar op mijzelf woon. De afgelopen week was hij in het ziekenhuis omdat de verwardheid wel erg toenam. Het was de vraag of er misschien iets anders speelde, maar het blijkt gewoon de volgende stap in een ziekteproces te zijn. Dat roept gevoelens van rouw op en daar mag je dan een weg in vinden. Dat is natuurlijk niet uniek. In al onze levens worden wij geconfronteerd met moeilijke momenten en pijnlijke situaties. Het is fijn om dan te kunnen zeggen dat je gelovig bent en daar hoop uit mag putten, maar geloven is vooral makkelijk als alles overzichtelijk en leuk is. Het is een heel ander verhaal als het leven ingewikkeld wordt. Dan...
Als wij samen ergens heen gaan, wil ik u adviseren om niet achter mij aan te lopen. Ik verdwaal namelijk nog op het kerkplein. Onderweg is het verschil tussen links en rechts opeens ingewikkeld. Een ding weet u zeker; als ik de weg moet wijzen, komen we zeker een kwartiertje te laat aan. In een groep zie je mij dus niet snel voorop lopen. In die zin ken ik mijn plaats. Niet uit een soort valse bescheidenheid, maar uit zelfkennis. We moeten ons bewust zijn van welke rollen we hebben en daarin weten waar wij staan. Dat geeft duidelijkheid en structuur. Het klinkt vanzelfsprekend, maar de realiteit is een andere. Als een groep in beweging komt, zijn er vaak vele wegwijzers. Met alle verwarring van dien. Hoe heerlijk is het om dan ook gewoon volgeling te kunnen zijn en er achterna lopen. Niet uit gemakzucht, of slaafse volgzaamheid, maar omdat we onze plek kennen. In ons geloof past dezelfde houding. We willen leerlingen van Jezus zijn. Dat maakt dat we mogen volgen. Weer een logisch...