“Is er niks te doen, dan draag je groen.” Dat ezelsbruggetje gebruikten wij vroeger als misdienaars om in de sacristie te weten welke liturgische kleur kazuifel er voor de pastoor klaargelegd moest worden. Zeker na de zogenoemde sterke tijden, met de verstilling van de Advent en de uitbundigheid van Kerst, kwam die lange groene periode toch wat saai over. “Is er niks te doen, dan draag je groen.” Ook de naam helpt niet echt mee. “De tijd door het jaar”. Dat klinkt niet bijzonder, eerder wat gewoontjes. Je zou bijna denken dat we de hoogtepunten gehad hebben en nu vooral wachten tot de Vastentijd weer begint. Daarmee doen we deze groene tijd tekort. Het mag best even normaal zijn. Deze gewone tijd heeft waarde in zichzelf. We mogen op adem komen en laten bezinken wat we gevierd hebben. We staan iets minder stil bij afzonderlijke momenten van het geloofsmysterie, zoals bijvoorbeeld bij de Geboorte. Nu krijgen we ruimte om het geheel te laten doorwerken in ons leven. Juist door deze tijd ...
De Kerststal heeft iets magisch. Als je nu ergens binnenkomt, gaat de blik er als vanzelf naar toe. Stallen zijn er in alle soorten en maten. Sommigen gaan al generaties met de familie mee en anderen zijn van lego. Klassiek en modern, alles is mogelijk. Ook ik ben met de Kerststal opgegroeid. In de weken voor Kerst werd hij thuis neergezet. Maria, Jozef, de os en de ezel vonden gelijk hun plaats. De herders met wat schaapjes werden ervoor neergezet. Het Kindje Jezus lag vol verwachting achter de stal. Die moest nog even geduld hebben. Op Kerstavond was het even onderhandelen met mijn zus wie Jezus in de stal mocht leggen. Met de wijzen of de koningen hadden we iets meer geduld. Die stonden iets verder van de stal af en mochten steeds iets dichterbij komen. Zij kwamen echt in beweging, althans, als wij ze verplaatsten. Zo kwam ook dit feest een beetje tot leven. Al werd dit door de jaren heen steeds minder en werd iedereen bij het opzetten al in en rond de stal geplaatst, behalve Jezus....