Een vloek is snel ontsnapt. Het is een vervelende eigenschap waar je maar moeilijk vanaf komt. Je kunt het wel vervangen door “chips” of andere varianten op scheldwoorden, maar het blijft iets onnodigs. Het lijkt misschien op te luchten als je je vingers stoot en er een vloek uitgooit, maar de pijn wordt er niet minder van. Sinds de afgelopen dagen ligt mijn vader in het ziekenhuis. Aan het begin van de week was hij meerdere dagen niet aanspreekbaar. Halverwege de week veranderde dat. Langzaam kwam hij bij. Hij sprak erg onduidelijk en dat leidde tot frustratie. Wat hij daarop zei was kraakhelder, niet om hier in de kerk te herhalen, maar nog nooit was ik zo blij met een vloek. Het is makkelijk om te zeggen dat vloeken niet mag. En toch zijn er situaties waarin je het anders hoort. Wetten en regels hebben we niet voor niets. We moeten rekening houden met elkaar, maar het is altijd goed om ook naar de omstandigheden te kijken. Dat woord van mijn vader heeft een andere lading dan wanneer...
In onze levens hebben wij allemaal voorbeeldfiguren, mensen die door hun leven heen iets hebben laten zien wat ons inspireert en wij overnemen. Dat zie je overal: in hoe je met mensen omgaat, in je werk en ook in je geloof. Is er iemand geweest die jou iets over het geloof liet zien, vooral door wie hij of zij was? De heilige Johannes Chrysostomus, een kerkleraar uit de vierde eeuw zei eens dat als je wilt dat iemand christen wordt, jij ze een jaar bij je moet laten wonen. Dat klinkt natuurlijk als een prachtig ideaal. Door jouw normale leven heen zou je de ander dan inspireren om leerling van de Heer te worden. Tegelijkertijd is het ook een confronterend beeld. Ik weet namelijk niet of een jaar bij mij op de bank zitten iemand dichter bij God brengt. Eigenlijk betwijfel ik het. Johannes houdt ons op een goede manier voor dat geloof dus zichtbaar zou moeten worden door onze manier van leven. Dat licht mag door ons heen schijnen. Het draait dus niet om leuke praatjes of m...