Jezus spreekt vaak in gelijkenissen. Hij gebruikt gewone beelden, uit het normale leven, om iets te vertellen over het Koninkrijk van God. Juist omdat de voorbeelden zo herkenbaar zijn, zetten ze aan het denken. Meestal laat Jezus de betekenis open en nodigt Hij zijn toehoorders uit om zelf verder te kijken. Vandaag is dat anders. Bij de gelijkenis van de zaaier geeft Hij zelf de uitleg. Je zou bijna zeggen: een preek is overbodig, want Jezus zegt het zelf natuurlijk het beste. De gelijkenis begint met luisteren. Dit is misschien wel een van de moeilijkste dingen die er zijn. Zet tien mensen op een rij en ze hebben alle tien iets anders gehoord. Afleiding, misverstanden en vooroordelen liggen voortdurend op de loer. Daarom kunnen wij ons allemaal herkennen in de verschillende soorten grond waarover Jezus spreekt.
De afgelopen weken hoorden we hoe Jezus zijn leerlingen op weg stuurde. Hij bereidde hen voor op een weg die niet altijd gemakkelijk zou zijn. Juist daarom moesten zij leren zien met de ogen van het geloof en luisteren naar zijn stem. Steeds meer mensen komen naar Jezus toe. Vandaag is de menigte zo groot dat Jezus zelfs in een boot gaat zitten. Vanaf het water kan iedereen Hem goed horen. Tegelijkertijd gebeurt er nog iets. De mensen zijn gekomen omdat ze zijn wonderen hebben gezien. Ze verwachten misschien opnieuw iets spectaculairs. Maar Jezus geeft geen voorstelling. Hij nodigt uit om dieper te luisteren. Dan vertelt Hij de gelijkenis van de zaaier. Het zaad valt op verschillende soorten grond: op de weg, op de rotsachtige bodem, tussen de doornen en in goede aarde. Deze gelijkenis wordt wel de moeder van alle gelijkenissen genoemd. Omdat zij gaat over de manier waarop wij luisteren naar het Woord van God. Het Woord is als een zaad. Het is uit zichzelf krachtig en vruchtbaar. De zaaier strooit dan ook overvloedig. Hij wil het zoveel mogelijk verspreiden. Dat is Gods liefde. Die staat open voor iedereen. Wij allemaal ontvangen zijn Woord en kunnen het vrucht laten dragen.
God blijft zaaien. Wij moeten de grond van ons hart bewerken en meewerken met zijn genade.
De vraag gaat verder dan: welk soort grond ben ik? Ben ik soms als de weg, waar het Woord nauwelijks doordringt? Lijk ik op de rotsachtige bodem, waar het geloof wel snel ontkiemt, maar geen diepe wortels krijgt? Of herken ik in de doornen de zorgen, de drukte en alle andere stemmen die Gods stem langzaam overwoekeren? Waarschijnlijk passen ze allemaal. We leven namelijk in een tijd vol prikkels en afleiding. We dragen allemaal onze eigen pijn en wonden met ons mee. Soms maken juist die ervaringen het moeilijk om Gods stem nog goed te verstaan. Paulus sluit daar vandaag bij aan. Hij schrijft dat heel de schepping zucht en in barensweeën verkeert. Dat beeld is veelzeggend. Barensweeën zijn pijnlijk, maar als je daar doorheen kijkt kondigen ze nieuw leven aan. Zo kan ook Gods genade juist midden in onze kwetsbaarheid nieuw leven laten ontstaan. Maar daarvoor moeten wij wel de handen uit de mouwen steken. Soms hoor je mensen zeggen: "Ik heb de Kerk niet nodig. Ik geloof op mijn eigen manier." Natuurlijk kun je thuis bidden. Natuurlijk kun je alleen de Bijbel lezen. Maar Christus heeft ons niet geroepen om alleen te geloven. Hij heeft ons samengebracht als zijn Kerk. Juist hier horen wij iedere zondag opnieuw het Woord van God, komen we samen en vieren we de sacramenten. Hier bidden wij niet alleen vóór elkaar, maar ook mét elkaar. Niet voor niets zeggen wij in de schuldbelijdenis: "Daarom vraag ik de heilige Maria, altijd Maagd, alle engelen en heiligen, én u, broeders en zusters, voor mij te bidden tot de Heer, onze God." We moeten elkaar tot steun zijn. Wij hoeven het geloof niet alleen te dragen. Soms staan we op droge grond en dan helpt de gemeenschap je verder. Zo helpt de Kerk ons om steeds opnieuw open te staan te staan voor Gods Woord. Daarom is het belangrijk ons te oefenen in het luisteren. Tussen alle stemmen die vandaag om onze aandacht vragen, is er maar één stem die werkelijk vrij maakt: de stem van Christus. Daarom is het goed iedere dag tijd te maken voor het Woord van God.
Jezus laat ons niet achter met alleen een opdracht. Hij geeft ook hoop. God blijft zaaien. Ook wanneer de grond nog niet volmaakt is. Hij geeft ons telkens opnieuw de kans om ons hart voor Hem open te stellen.
Daarvoor kunnen we verder kijken naar hete beeld van de tuin. Een mooie tuin krijg je namelijk niet vanzelf. Daarvoor moet je eerst even de tuinspullen uit het schuurtje halen, de mouwen opstropen en aan het werk gaan. Als je een grote, verwilderde tuin ziet, kan de moed je in de schoenen zakken. Maar niemand verwacht dat je alles in één dag op orde brengt. Aan de heilige moeder Teresa werd eens gevraagd wat er in de Kerk moest veranderen en waar je dan moest beginnen. Haar antwoord was eenvoudig: "Jij en ik." Dat geldt ook voor de grond van ons eigen hart. Begin niet bij de hele wereld, maar bij jezelf. Maak iedere dag een klein stukje van je hart vrij voor de Heer. Haal de steentjes van de afleiding weg. Wied het onkruid dat Gods stem verstikt. Geef zijn Woord de ruimte om wortel te schieten. Dat hoeft niet groots te beginnen. Begin de dag met een kort gebed van dankbaarheid en sluit de dag er ook mee af. Lees iedere dag een stukje uit het Evangelie, al zijn het maar een paar verzen. Het gaat niet om de hoeveelheid, maar om de trouw waarmee wij de Heer steeds opnieuw ruimte geven. Zo mogen wij stap voor stap groeien tot goede aarde. Niet omdat wij dat uit eigen kracht kunnen, maar omdat God blijft zaaien en wij mogen meewerken met zijn genade. “Wie oren heeft, hij luistere”. Amen.
Afbeelding: Vincent van Gogh: De Zaaier, via Wikipedia
Reacties
Een reactie posten