Doorgaan naar hoofdcontent

13 zondag door het jaar B



Soms kunnen we in situaties terecht komen waarbij we het gevoel hebben vast te zitten. Je kan geen kant meer op en de wanhoop slaat toe. Het is dan makkelijk gezegd om je vertrouwen in de Heer te plaatsen. De eerste stap zetten is dan reusachtig.

Het Evangelie van vandaag (Mc. 5, 21-43) houdt ons vandaag twee verhalen voor die eigenlijk van alles met elkaar te maken hebben. Het laat ons zien hoe Christus mensen doet opstaan en in beweging brengt.

Het verhaal is opgebouwd als een soort sandwich: We ontmoeten eerst de vader, Jaïrus, wiens 12-jarige dochter ernstig ziek is. Vervolgens komen we een vrouw tegen die al 12 jaar aan bloedvloeiingen lijdt, waarna wij weer terugkeren naar het dochtertje.

Laten we bij die mevrouw beginnen. Zij lijdt al twaalf jaar aan een ziekte waardoor zij bloed verliest. Hierdoor is zij voor de joodse Wet onrein (cf. Leviticus 15,19-31). Dit plaatst haar buiten het normale leven. Omdat ze onrein is mag ze niet aangeraakt worden en alles wat zij aanraakt is dan ook onrein.

Je zou dus kunnen stellen dat zij er echt alleen voor staat. Deze mevrouw bevindt zich buiten de samenleving en hoort er niet bij. Zij is wanhopig. Ze heeft eigenlijk al haar geld uitgegeven aan de zoektocht naar een medicijn, ze ging van dokter naar kwakzalver en greep alles aan in de hoop beter te worden. Niets helpt. Het wordt alleen maar erger.  

Ze heeft over Jezus gehoord. Hele groepen mensen komen op de been om Hem te zien. In haar radeloosheid gaat zij naar Jezus en vol geloof raakt zij Hem aan, in het geloof dat Hij genezing brengt. Die aanraking is inderdaad genoeg. Jezus reageert niet boos op deze illegale aanraking, maar Hij spreekt haar aan als dochter. Hij ziet haar en spreekt haar aan als zijn geliefde kind. Zij is genezen en wordt weer opgenomen in de gemeenschap. Ze telt weer mee.

Allemaal komen we misschien weleens situaties tegen waarin wij het gevoel krijgen niet mee te tellen. Door moeilijke momenten, ziekte of wat dan ook staan we er alleen voor. We kunnen ons in een groep bevinden en ervaren niet gezien te worden.

Deze mevrouw stelt haar vertrouwen op Jezus en komt in beweging om Hem te ontmoeten. Een kleine aanraking is genoeg om genezen te worden, om weer bij de gemeenschap te horen. In alle moeilijkheden van het leven kan dat een eerste stapje zijn. Simpelweg een stukje van het kleed van Jezus aanraken.

Door alle ingewikkeldheden heen lukt het misschien niet meer om te bidden? Begin dan met een eerste stapje: een kort gebed dat je het even niet meer weet en de Heer nodig hebt. Een eerste stapje richting Jezus brengt al genezing, geeft alweer de ruimte. Het aanraken van zijn kleding is genoeg.

Dit zien we ook in het omliggende verhaal van Jaïrus en zijn zieke dochtertje. Jaïrus is de leider van de synagoge en zijn naam betekent: “de Heer verlicht”, je zou het ook kunnen vertalen als “die beweging brengt”. Zijn dochtertje, pas 12 jaar oud, is ernstig ziek en Jaïrus weet het allemaal niet meer. In zijn wanhoop spreekt hij Jezus aan.

Het is geen vanzelfsprekendheid dat Jaïrus Jezus opzoekt. Vanuit de synagoge wordt de Heer toch met argusogen aanschouwt. Misschien heeft hij daarom ook te lang gewacht om naar Jezus toe te gaan, nam de twijfel het in eerste instantie over en kwam hij pas in beweging toen het eigenlijk te laat was. Maar goed, nu vraagt hij om hulp. Jezus hoort hem aan en gaat met hem mee. Thuis aangekomen blijkt dat ze te laat zijn. Het meisje is al overleden. De professionele rouwenden staan al klaar om hun werk te doen. Al stelt Jezus dat zij slaapt en zo gaan ze haar huis binnen. 

Het moet iets voor die ouders geweest zijn. Door verdriet overmand spreek je in jouw wanhoop de Heer aan. Een beweging vol geloof. Het lijkt te laat te zijn, maar dan doet Jezus haar opstaan en zie jij je overleden dochter weer het leven terugkrijgen.

Ook bij ons zijn er soms momenten en situaties dat er geen leven meer in lijkt te zitten. Liever geef je het op en ga je in een hoekje zitten rouwen. Op die momenten hebben we personen zoals Jaïrus nodig. Mensen die de moed niet laten zakken, kansen zien en deze vastgrijpen. Die ons helpen de weg naar Jezus te vinden, als wij dit niet meer op eigen kracht kunnen. Soms hebben wij een Jaïrus nodig en soms kunnen wij een Jaïrus zijn. Omzien naar elkaar en juist steun bieden als alles onmogelijk lijkt te zijn. Juist dan heb je steun van elkaar nodig.

Er zit nog een bijzonder element in het verhaal. Het jonge meisje komt gelijk in beweging, alsof ze net wakker is gemaakt. Het is dan makkelijk om in het wonder te blijven hangen, maar Jezus laat hen gelijk weer het gewone leven oppakken. Ze moet eerst eten, er moet ook weer normaal worden gedaan. 

Deze twee verhalen laten ons zien dat Jezus ons doet opstaan en in beweging brengt van dat wat ons vasthoudt.

Er kan van alles spelen wat het moeilijk maakt om volledig te leven. Door moeilijkheden op jouw weg, door onzekerheden en verslavingen kan jij je opgesloten voelen. Het idee hebben dat het leven voorbijtrekt en je niet echt meedoen. Opgeven klinkt dan misschien verleidelijker, terwijl we daar niet voor gemaakt zijn. Zoals in de eerste lezing (Wijsh. 1, 13-15; 2, 23-24) klinkt: “God heeft alles geschapen om te leven” Natuurlijk staat er ook dat we door die jaloezie van de duivel de ellende de wereld in hebben geholpen, maar hij heeft niet het laatste woord: dat heeft Jezus.

In ons gelovig leven kunnen we altijd weer vol vertrouwen in beweging komen, een stapje zetten richting de Levende Heer. Soms door vol vertrouwen een stukje van zijn kleding beet te pakken. Een kort gebed is voldoende. Dat is een prachtige eerste stap. Op andere momenten door als Jaïrus de Heer bij anderen te brengen door het Goede Nieuws met hen te delen. De Heer wijst ons een weg, daar mogen we ons vertrouwen op stellen. Het enige dat wij moeten doen, is in beweging komen. Amen.


Afbeelding: Voskreshenie docheri Iaira (1871) door: Vasiliy Polenov, via wikicommons


Reacties

Populaire posts van deze blog

Heilige Drie-eenheid

  Heilige Drie-eenheid   Nu we richting de zomer bewegen en het weer een beetje meewerkt heb ik iets meer oog voor het schone van de natuur. Ooit hoorde ik een verhaal over zonnebloemen. Deze zouden richting de zon groeien en als dat niet mogelijk is, dan draaien ze naar elkaar toe. Uiteraard zou dat laatste heel goed een broodje aap verhaal kunnen zijn, maar de gedachte is natuurlijk mooi dat zij zo op elkaar gericht zijn. Ook wij als mensen zijn gericht op elkaar. We zijn sociale wezens en hebben sociale contacten nodig. Dat lijkt in onze tijd steeds makkelijker te worden. Velen van ons hebben vaak een scherm voor zich en daarmee lijkt de hele wereld binnen handbereik. Relaties worden vorm gegeven via een beweging naar links of rechts en continue kan je zien waar jouw vrienden mee bezig zijn. Het klinkt ideaal, maar het is niet. Laatst meldde Eenvandaag [1] dat de eenzaamheid onder jongeren juist toeneemt door het gebruik van social media. Het klinkt tegenstrijdig, m...

3e zondag van Pasen

  Als jij je uitspreekt voor het goede, kan dat natuurlijk geen tegenstand oproepen. Hoop ik. Noem mij maar naïef, maar daar ga ik toch maar vanuit. Dat de realiteit een andere is merkte ik toen Paus Leo zich uitsprak voor de vrede. Hij houdt ons voor dat we ons daarop moeten richten en dat met oorlog geen vrede bereikt kan worden. Een boodschap waar je niet tegen kan zijn, maar dan hadden we buiten president Trump gerekend. Wellicht voelde hij zich aangesproken, want hij sprak zich meer dan kritisch uit over de paus. Alsof de Kerk zich daarover niet mag uitspreken. Paus Leo doet niet anders dan wat hij moet doen; profetisch spreken. Het is juist de taak van de Kerk, van de paus en van ons allemaal om een ander geluid te laten horen. Om vredebrengers te zijn. Dat is niet alleen een opdracht voor onze paus en de bisschoppen maar voor het hele Gods Volk, als gelovigen hebben wij de roeping om de vrede dichterbij te brengen. Zalig zijn de vredestichters. Die vrede zullen we eerst in...

Dodenherdenking

Jezus zei tegen zijn vrienden: “Ik laat jullie vrede na; mijn vrede geef Ik jullie, zoals de wereld die niet geven kan. Maak je niet ongerust en verlies de moed niet” ( Joh. 14, 27 ). Deze Bijbelse woorden klinken in iedere katholieke viering weer opnieuw. Voordat we de Eucharistie, het heilig Brood ontvangen, wensen we elkaar de vrede van Christus toe. We geven elkaar daarbij een hand en spreken die wens uit. Soms zal het best weleens op de automatische piloot gaan, maar het is een belangrijk moment. Voordat we Christus kunnen ontvangen in de Eucharistie moeten we in vrede leven en dat ook delen met de mensen om ons heen. Het is geen bijzaak en veel meer dan een mooi ritueel. Het raakt aan de kern. We kunnen Gods liefdevolle geschenk pas echt ten diepste ontvangen als we afstand nemen van verwijten, boosheid en onvrede. Die vrede is essentieel. Christus zegt zijn vrienden deze vrede aan op een moment dat alle zekerheden onder druk staan. We bevinden ons rond het Laatste Avondmaal. H...