Doorgaan naar hoofdcontent

16e zondag door het jaar B


De afgelopen dagen mocht ik mee op een van de zomerkampen van het bisdom Rotterdam. Met 20 deelnemers tussen de 12-14 jaar oud waren we een week op stap. Ons bisdom organiseert jaarlijks drie kampen, voor kinderen, tieners en jongeren.  Sommige kinderen gaan al vanaf hun 8ste mee en kennen intussen leeftijdsgenoten in het hele bisdom, anderen waren voor de eerste keer en het blijft inspirerend om te zien hoe makkelijk die tieners met elkaar verbinding leggen. Nieuwe vriendschappen worden gesmeed en samen maken ze er iets moois van. Dat je daar als je als pastor dan getuige van mag zijn… u begrijpt: ik ben een gelukkig mens en toch ook enigszins vermoeid.

Tijdens deze week volgen we een thema, dit jaar was het de oproep: Ga mee op weg! Dagelijks waren er gebedsmomenten waarin deze gedachte naar voren kwam. We ontdekten dat dit door de Bijbel steeds opnieuw klinkt. Vanaf het allereerste begin, tot aan de laatste bladzijde is de Bijbel een prachtige verzameling verhalen waarin Gods liefde voor zijn mensen naar voren komt. Hoe Hij met mensen onderweg is en ze ook de kansen biedt om zelf in beweging te komen.

We lazen over Abraham, die van God de roeping ontvangt om huis en haard te verlaten en op weg te gaan. (cf. Gen. 12, 1-9). We hoorden hoe het joodse volk bevrijdt wordt uit de slavernij in Egypte en hoe de Roze Zee voor hen opensplijt (cf. Ex. 14, 21-15, 1). Vervolgens maakten wij de overstap naar het Nieuwe Testament en hoorden hoe de heilige Familie op de vlucht moet slaan. Jezus is net geboren, de drie wijzen hebben hun spullen ingepakt en Jozef wordt in een droom gewaarschuwd dat koning Herodes zijn concurrentie uit de weg wil ruimen. Ze vluchten naar Egypte om daar in veiligheid te leven. (cf. Mt. 2, 13-15.19-23).

Daarna namen we weer een reuzensprong. Vanaf de pasgeboren Jezus sprongen we door naar Pasen. Jezus is rondgetrokken om de Blijde Boodschap te verkondigen. Men zag in Hem de nieuwe koning die alles goed zou maken en dan wordt Hij gearresteerd en vermoord. Alle oppervlakkige dromen, wensen en verlangens van de mensen om Hem heen, sterven met Hem aan het kruis. Twee van zijn leerlingen keren vervolgens teleurgesteld naar huis terug en onderweg naar het dorpje Emmaus komen ze Iemand tegen die naar hun verhaal luistert en aangeeft dat dit allemaal moest gebeuren. Thuis aangekomen herkennen ze Hem als Hij het brood breekt. Jezus leeft!  (Lc. 24, 13-51) Later zend Hij zijn leerlingen er dan ook op uit om zelf in beweging te komen, het Goede Nieuws te delen en anderen te dopen in de Naam van de Vader, Zoon en heilige Geest. (Mt. 28,16-20). Dit doen de leerlingen en tot slotte lazen we over Fillipus die een man uit Ethiopië ontmoet die uit de joodse Bijbel leest en waarbij de apostel uitlegt dat wat daar staat over Jezus gaat, de Levende Heer. Op deze manier ontdekten we dat de Bijbel eigenlijk een groot liefdesverhaal is van hoe God met mensen onderweg is en wij geroepen worden om zelf ook in beweging te komen. Dit hoeven we gelukkig niet op eigen kracht te doen en daarvoor mogen we vertrouwen op Gods zegen. Zo sloten we gisteren dan ook af met de zegen die toegeschreven wordt aan de heilige Patrick, waarin hij stelt dat God overal is, voor, naast en achter ons om juiste wegen te wijzen.

Dit thema past ook erg goed bij het Evangelie van deze zondagen. Vorige week lazen wij hoe Jezus zijn leerlingen eropuit stuurt (cf. Mc 6, 7-13) en vandaag komen ze vol verhalen en ervaringen terug. (cf. Mc 6, 30-34) Jezus laat ze eerst op adem komen. Je kan namelijk pas voor anderen zorgen, als je dit ook voor jezelf doet.

Wanneer Jezus vervolgens ziet hoe vele mensen Hem achterna komen. Hij wordt tot in zijn diepste kern geraakt, want Hij ervaart dat zij als schapen zonder herder zijn. Ze hebben een Iemand nodig die hen de Weg wijst.

In alles wat wij doen mogen we ons richten op de Levende Heer, want Hij is natuurlijk bij uitstek de juiste Wegwijzer. Er zijn natuurlijk afleidingen genoeg te verzinnen. Ook kunnen we ons vertrouwen in het verkeerde leggen. Hiervoor waarschuwt de profeet Jeremia ons al in de eerste lezing (Jer. 23, 1-6), waarin hij profeteert dat God zelf de bal oppakt en alle verdreven schapen zal verzamelen. Vanuit onze bril herkennen wij daar natuurlijk Christus in.

Vanuit dat gegeven mogen wij steeds vertrouwen putten. Het is de Heer zelf die steeds met ons onderweg is en ons niet loslaat, ook al nemen we soms misschien een verkeerde afslag in en gaan we niet de juiste wegen.

Aan ons biedt het de mogelijkheid om Gods liefde steeds op het spoor te komen, in alles wat wij doen en laten. Op het Tienerkamp werd dit concreet door elke avond de dag biddend af te sluiten. Dit kreeg vorm door eerst in stilte terug te kijken op de dag die achter ons lag. Met oog voor de mooie momenten, waarbij dankbaarheid kan klinken. Daarbij hoeven we onze ogen ook niet te sluiten voor dat wat we anders hadden moeten doen, daarvoor kunnen we ons altijd verontschuldigen. Als je weet waar je dankbaar voor ben en voor wat je alles had kunnen doen, weet je ook wat je nodig hebt voor de dag van morgen en daar kan je dan steun bij vragen. Aan de tieners bood dit een rustmoment van reflectie, een voorbeeld dat het navolgen waard is. De Heer zal ons daarin de weg wijzen. Amen.


Foto bovenkant: Aan het einde van de kampweek was er een afsluiting waarbij
gebeden met een kaarsje op de kampvlag werden geplaatst.

Reacties

Een reactie posten

Populaire posts van deze blog

21ste zondag door het jaar B

  Soms kunnen we in de Bijbel teksten tegenkomen die wat ongemakkelijk aanvoelen. Het is dan gemakkelijk om ze over te slaan en het er vooral niet over te hebben. Op die manier houden we het leuk en gezellig. Tegelijkertijd doen we die teksten daarmee tekort en sluiten we ons af voor de boodschap die ze ons te brengen hebben. Ooit kreeg ik een Bijbeltje, een klein boekje waar alle ingewikkelde teksten uit waren geknipt. Als je het doorbladerde, waren er soms woorden weg, maar ook hele zinnen en hoofdstukken. Je hield een gatenkaas over waar niets van te breien was. De kern ontbrak. Ook dat zal niet de bedoeling zijn. Moeilijke teksten, en hetzelfde geldt voor ingewikkelde situaties en nare omstandigheden, zullen we onder ogen moeten komen. Daarmee wordt het niet per se leuker, maar hopelijk zien we dan wel dat het dragelijker is dan we in eerste instantie dachten. Vaak ligt er namelijk onbegrip aan ten grondslag. Onbegrip is niet alleen iets van onze tijd; we zien het ook dui...

20ste zondag door het jaar B

  Proficiat! Zalige Communie! Het zijn woorden die ik waarschijnlijk aan het einde van elke Mis wel uitspreek. Zelf hoor ik het al het grootste gedeelte van mijn leven, sinds ik misdienaartje werd. Als kind vond ik het al een mooie opmerking, het klinkt een beetje als gefeliciteerd! In de Mis ontvangen we een prachtig geschenk en daar mogen we elkaar wel mee feliciteren… Alleen doe ik de groet daarmee tekort. Proficiat stamt af van het Latijnse woord: proficere, dat kan je vertalen als: ‘voortgang maken’, oftewel: Ga zo door! We ontvangen de Communie, prachtig! Daar houdt het niet bij op: het mag ook vrucht dragen in ons leven als we de wereld weer instappen: Proficiat! Doe er iets goeds mee en ga voort op de ingeslagen weg.  Dat klinkt prachtig, maar het is soms makkelijker gezegd dan gedaan. Dat merken we in ieder geval in deze afgelopen weken. We lezen nu al voor de 5e week uit de Broodrede, zoals Johannes deze in zijn Evangelie heeft opgeschreven. Dit begon met de Br...

23ste zondag door het jaar B

  Alweer enige tijd geleden zag ik een straatinterview op tv waarin aan een voorbijganger werd gevraagd of we tegenwoordig nog wel alles mogen zeggen. Die bewuste persoon maakte van zijn hart geen moordkuil en zei dat het niet meer kan. Alles is gevoelig, zo zei hij, en je kunt inderdaad niets meer zeggen. De interviewer ging hierop door en vroeg wat er dan niet meer gezegd zou mogen worden. Hierop volgde een hele lijst met hete hangijzers; één voor één werden ze opgenoemd. De interviewer ging nog wat verder: “Dat mag je dus allemaal niet meer zeggen?” “Nee”, bevestigde de ander, waarop de geslepen interviewer zei: “Maar u heeft het net wel gezegd.” Het is een wat flauw voorbeeld, want we leven in een wereld waar men soms meer tegenover elkaar dan naast elkaar lijkt te staan, en de polarisatie overal aanwezig lijkt. De gevoeligheden liggen aan de oppervlakte en, hoe goed je ook je best doet, op tenen gaan staan is bijna niet te vermijden. Het is natuurlijk de vraag of het daadw...