Doorgaan naar hoofdcontent

Derde zondag van de Advent A (2025)


Verheug je! Wees blij! Het klinkt zo heerlijk  positief en opbouwend. We bewegen steeds dichter naar Kerst toe. In de straten branden er gezellige lichtjes, huizen zijn versierd en kaarten worden verstuurd. Het ziet er prachtig uit. De periode rond Kerst is een geweldige tijd die gevoelsmatig niet lang genoeg kan duren. Tegelijkertijd lezen we in de nieuwsberichten over de ellende ver weg en dichter bij. Oorlogen, mensen die in armoede leven, er is spanning genoeg. Om dan te zeggen: “Verheug je!” Je moet het maar durven. In sommige kerken wordt gezegd dat als je maar genoeg bidt, het vanzelf goed komt. Er wordt een welvaartsevangelie verkondigd. Het goede in je leven geldt als geschenk en als beloning voor correct gelovig gedrag. God geeft voorspoed als jij het goed doet. Tegelijk wordt alles wat moeilijk is teruggelegd bij de mens zelf. Financiële zorgen, ziekte en tegenslag krijgen dan het stempel dat iemand ergens iets verkeerd heeft gedaan. Dat is natuurlijk een onjuist beeld. Het doet Gods liefde tekort en is niet wat Hij ons voorhoudt in het Evangelie. Jezus belooft ons nabij te zijn, juist als het leven ingewikkeld wordt. Daar mogen we onze hoop in stellen.

Gelovig zijn is echter nooit een garantie dat het leven leuk en makkelijk verloopt. Dit zien we ook in het Evangelie. Johannes de Doper, die vorige week nog de Roepende in de woestijn was, zit nu gevangen. Hij riep op tot bekering. Daarbij sprak Johannes zich ook uit tegen koning Herodes die ervandoor was gegaan met zijn eigen schoonzus. Dit werd niet op prijs gesteld en zou Johannes later met de dood moeten bekopen. Nu zit hij nog in de cel en overweegt zijn leven. Al in de moederschoot wijst hij naar Christus. Hij springt op bij het geluid van Maria’s stem. Hij wijst Jezus aan als het Lam van God. Hij maakt ruimte voor de Heer. Dat is zijn leven, dat is zijn roeping. Althans, dat dacht hij. De twijfel slaat toe. Is Jezus wel de Messias of heeft hij het toch verkeerd gezien? De Heer beantwoordt zijn twijfels met het benoemen van wat er zichtbaar is; Hij geeft blinden weer de mogelijkheid om te zien, wonderen gebeuren en de Blijde Boodschap wordt gedeeld. Jezus geeft niet zomaar een opsomming van wat Hij allemaal doet. Hij citeert Jesaja, onze eerste lezing. Hij laat zien dat wat er in de Schriften staat, nu in vervulling gaat. Je moet de tekenen van de tijd alleen wel kunnen verstaan.

 Advent vraagt om groeien in geduld met God.

Jakobus houdt ons dat in de tweede lezing voor. Hij gebruikt het beeld van de boer die wacht op de kostbare vrucht van het land. Die boer staat niet langs de akker om te kijken of het gras al groeit. Dat heeft geen zin. Wachten is ook geen achteroverleunen. Vooraf heeft hij de aarde bewerkt, gezaaid en verzorgd. Daarna laat hij los wat hij niet kan afdwingen. Zo wijst Jakobus ons een houding aan die bij het geloof past. Doen wat ons gegeven is om te doen en geduldig vertrouwen op wat alleen God kan laten groeien.     

Het klinkt mooi dat we geduld moeten hebben, met een beetje geloof, hoop en liefde. Wie nu of ooit in een moeilijke periode zit, weet hoe pijnlijk zulke woorden kunnen klinken. Ze worden al snel een doekje voor het bloeden. “Wacht maar af, alles komt goed”. Johannes had daar in zijn cel weinig aan. In ons gelovig leven wisselen mooie en moeilijke momenten elkaar af. Wie ooit een vurig geloof heeft ervaren, vol zekerheid en bevestiging, kan diep geraakt worden wanneer de twijfel zich aandient. Zekerheden verdwijnen. Een uitroepteken wordt een vraagteken. Het is makkelijk om daar vanop afstand een oordeel over te vellen, zeker als we kijken naar grote heiligen die ons zijn voorgegaan. Bijvoorbeeld: Johannes van ’t Kruis. Hij had een diepe relatie met God. Tot die ervaring wegviel. Hij noemde dit later de Donkere nacht. Gods nabijheid voelde hij niet meer. Dichter bij onze tijd kennen we Moeder Teresa. Zij werkte als zuster in het onderwijs en verliet de zekerheid van het klaslokaal om dienstbaar te zijn aan de armsten in Calcutta. Dit noemde zij een roeping binnen haar roeping. In die weg ervoer zij Gods nabijheid, tot die ervaring wegviel. Dertig jaar was het stil. Johannes van ’t Kruis en Moeder Teresa hadden in hun vertwijfeling één ding gemeen. Ze hielden vol. Ze gingen de verlatenheid niet uit de weg, maar erdoorheen. In de droge woestijn bleven zij hun hoop stellen op God. Ze bewaarden hun geduld.

Dat voorbeeld is het navolgen waard. Het begint met het aanvaarden van vertwijfeling. Vraagtekens mogen er zijn. Een geloof dat geen vragen meer stelt, verhardt en verstart. Het verliest zijn beweeglijkheid. Geloven vraagt om kwetsbaarheid. Het is geen exacte wetenschap, maar groeien in een relatie met de levende Heer. Daarbij is het belangrijk om de tekenen van de tijd te leren zien. Dat vraagt om aandacht. Door de ruis en afleiding heen ontdekken we waar God aan het werk is.  In mensen die elkaar tot steun zijn, zoals die patatbakkers die naar Oekraïne reizen om friet en troost te brengen. In kleine tekenen van hoop. In momenten die leven geven, soms anders dan wij hadden verwacht of gewenst. Advent helpt ons daarbij. Het begint klein, met één kaarsje. Elke week komt er licht bij. Zo groeien we, stap voor stap, naar Kerst toe en mogen wij de Heer steeds opnieuw ontvangen. Verheug je. Amen.

Reacties

Populaire posts van deze blog

14e zondag door het jaar C

Een tijd je terug ging in de avond de deurbel bij de pastorie. Ik verwachtte niemand en besloot de bel gewoon te negeren. Er werd nogmaals gebeld, stiekem keek ik even uit het raam en ik zag iemand met een rugzak staan. Het gebeurt vaker dat er aangebeld wordt en men om hulp vraagt, vaak in de vorm van geld voor een treinkaartje, eten of een plek om te slapen. In alle eerlijkheid, ik had er geen zin in. Mooier maken kan ik het niet en ik negeerde de bel. Toen kreeg ik een smsje, doorgestuurd vanaf de Noodtelefoon. De deurbeller had het nummer gevonden en zijn vraag verzonden. Hij bleek een missionaris te zijn die een slaapplek zocht. Mijn motivatie en zeker de gastvrijheid en naastenliefde was nog steeds niet erg hoog, maar ik besloot dat ik hem minstens aan kon spreken; alvorens af te poeieren. De missionaris vertelde dat hij, indachtig het Evangelie van vandaag, zonder spullen door Nederland trok om het Evangelie te leven en te verkondigen. Hij noemde bij een nieuwe orde te horen e...

Pinksteren

Van harte gefeliciteerd! Vandaag vieren we de verjaardag van de Kerk. Hiermee bedoel ik dit niet gebouw of de parochie die wij samen vormen, maar de Kerk met een hoofdletter. Na Pasen belooft Jezus aan zijn leerlingen een Helper, de H. Geest en vandaag vieren we dat Hij daadwerkelijk aan ons gegeven is. Het brengt de leerlingen letterlijk in beweging en zij trekken de wereld over om dat Goede Nieuws verder te verspreiden. De Kerk is geboren. Proficiat! De heilige Geest is in het beeld toch vaak de wat grote onbekende als we naar God kijken. Bij God de Vader hebben we wel een beeld, God de Zoon voelt benaderbaar, maar die God de Heilige Geest blijft wat ingewikkeld. Terwijl Hij er al vanaf het begin bij is. In het scheppingsverhaal komen we de Geest al tegen: “In het begin schiep God de hemel en de aarde. De aarde was woest en leeg; duisternis lag over de diepte, en de geest van God zweefde over de wateren” [cf. Gen. 1, 1.2] Door heel de Bijbel ontmoeten we de Geest. In de oorspronke...

19e zondag door het jaar C

  In mijn jonge jaren verzamelde ik van alles en nog wat. Een periode waren het steentjes. Als ik dan ging wandelen en een mooi exemplaar vond, sjouwde ik deze met mij mee. Het was dan een bijzondere schat die later in mijn kamertje een plek vond. De kleine verzameling is op een gegeven moment verdwenen. Het was dan ook geen echte schat voor mij, maar gewoon iets dat tijdelijk leuk was. Allemaal hebben we iets wat voor ons belangrijk is. Iets dat je als een schat, als rijkdom beschouwt. Dit kan een object zijn, maar misschien ook wel familie, gezondheid, mooie reizen maken. Iets waar je niet zonder zou kunnen, wat blijvende vreugde schenkt.   Jezus vraagt ons er ook naar: wat is jouw schat? Waar gaat je hart het meest naar uit? Hij zegt: “Waar je schat is, daar zal ook je hart zijn.” En dan gaat Hij nog een stap verder: Hij nodigt ons uit om onze schat niet hier op aarde te verzamelen, maar in de hemel. Want zo leiden we een leven met God. Zo’n leven vraagt ook iets van ons. O...