In het Evangelie ontmoeten we Jezus als Hij zich terugtrekt. Het is een keerpunt. Johannes de Doper is gevangen genomen. De weg van Johannes, de oproep tot bekering, loopt uit op gevangenschap. Jezus slaat een andere route in. Hij wijkt uit naar Galilea. Een bewuste keuze om zijn openbare optreden niet te beginnen in het centrum van religieuze macht, maar in de buitengebieden. Galilea, het land van Zebulon en Naftali, half joods, half heidens. Matteüs verbindt dit direct met Jesaja, zoals we hoorden in de Eerste lezing: het volk dat in duisternis leeft ziet een groot licht. In deze context vindt de roeping van de eerste leerlingen plaats. Dit doet Hij niet op een stabiel of succesvol moment. Ze sluiten niet aan in de polonaise. Er is sprake van dreiging, opbouwende spanning. Wil je Jezus volgen, dan ga je niet per se de gemakkelijkste weg. In de oudere vertaling hoorden wij Jezus op deze plaats tegen de leerlingen zeggen: “Kom, volg Mij”. In de nieuwe variant die we sinds kort gebruiken, staat het strakker vertaald: “Komt achter Mij aan”. Er zit beweging in. Als leerling mag je de Leraar volgen, we mogen ons laten leiden.
Dat betekent dat we onze plek kennen. Jezus volgen is geen zwaktebod, het geeft juist helderheid. Niet wij hoeven de weg te bedenken. Als leerling mogen we achter Hem aan gaan. Zodra wij vooruitsnellen en zelf richting willen bepalen, raken we het zicht kwijt. We rekenen dan op onze eigen kracht, terwijl wij ons vertrouwen mogen stellen in de Heer.
Dat moeten we
steeds in gedachten houden. Jezus houdt ons soms iets voor wat vragen oproept. We
weten bijvoorbeeld hoe Petrus reageert als Jezus een tipje van de sluier
oplicht en vertelt wat Hem te wachten staat. Petrus staat versteld als Jezus hem
voorhoudt dat Hij de Lijdende Dienaar is, zal sterven en weer op zal staan uit
de dood. Daar kan Petrus niets mee, want dat kan toch niet waar zijn. De
leerling vergeet even zijn plaats en wil de Leraar corrigeren. Jezus reageert hier
niet mis te verstaan op: Hij zegt weer: Achter Mij! (cf. Mt. 16, 23). Jezus
gebruikt hier precies hetzelfde woord als dat wij vandaag in het Evangelie horen.
Als leerling mogen wij volgen, ook al begrijpen we het totale plaatje nog niet.
Daar wil Hij ons steeds aan herinneren. We moeten simpelweg onze plek kennen. In
de tweede lezing zien we hoe ingewikkeld het is en misverstanden op de loer
liggen. Onder de eerste christenen ontstaat er gedoe over wiens leerlingen zij
zijn; de een is volgeling van Paulus, de ander van Petrus. We moeten onze blik
op Jezus houden. Hij is Mensgeworden voor ons, gestorven en verrezen. Hij is de
Persoon die wij moeten volgen. De leerlingen moeten niet voorop willen lopen,
we mogen de Leraar volgen.
Graag zouden we soms zelf aan het stuur zitten en eigen keuzes maken. Zo creëren we een geloof dat bij ons leven past. Dit nemen we dan wel en dat laten we achterwege. Een soort keuzemenu. Aan te passen aan de eigen omstandigheden en er zijn altijd extra frietjes te bestellen. Dat is niet de houding van een leerling. Als wij Jezus willen volgen, kunnen we niet alles vastleggen en dat schuurt soms.
Juist dan
worden we uitgenodigd om onze blik op Jezus te richten en daarin stand te
houden. Niet op ons eigen gelijk, niet op wat wij denken dat de beste route is,
maar op Hem. Zoals Jesaja het verwoordt: Er gaat een licht op. Geen fel
schijnsel dat alles in één keer oplost, maar genoeg licht om verder te gaan. Dat
vraagt iets van onze houding. Willen we werkelijk leerling zijn en ons
openstellen voor Jezus? Ook wanneer Hij ons een weg wijst die we niet meteen
begrijpen. Durven we ons laten leiden, in plaats van alles zelf vast te leggen?
Dat betekent ook dat we onze plek kennen en ons achter Jezus aansluiten. Zelfs
wanneer we denken de weg al te kennen, worden we uitgenodigd om ons opnieuw op
de Heer te richten. Niet voorop, niet ernaast, maar achter Hem. Als we merken
dat we toch te snel zijn gegaan, voorop gaan, dan is er ruimte om een stap
terug te doen. We mogen altijd opnieuw beginnen. Steeds weer klinkt diezelfde
uitnodiging van Jezus om Hem te volgen. Het enige wat gevraagd wordt, is dat we
in beweging komen. Amen.
Reacties
Een reactie posten