Mijn
vader is al een tijdje ziek, hij heeft alzheimer. Nu komt hij in de fase dat
hij steeds meer verliest. Waar hij in eerste instantie situaties door elkaar
haalde of de dag niet meer precies wist, brokkelt de werkelijkheid steeds meer
af. Overlijdens zijn vergeten, of hij verwacht dat ik nog aan tafel kom voor de
maaltijd, terwijl ik echt al een paar jaar op mijzelf woon. De afgelopen week
was hij in het ziekenhuis omdat de verwardheid wel erg toenam. Het was de vraag
of er misschien iets anders speelde, maar het blijkt gewoon de volgende stap in
een ziekteproces te zijn. Dat roept gevoelens van rouw op en daar mag je dan
een weg in vinden. Dat is natuurlijk niet uniek. In al onze levens worden wij
geconfronteerd met moeilijke momenten en pijnlijke situaties. Het is fijn om
dan te kunnen zeggen dat je gelovig bent en daar hoop uit mag putten, maar
geloven is vooral makkelijk als alles overzichtelijk en leuk is. Het is een
heel ander verhaal als het leven ingewikkeld wordt.
Dan
klinken vandaag de zaligsprekingen. We horen Jezus zeggen dat we gelukkig zijn als
het leven moeilijk wordt. Geluk wordt hier niet als een oppervlakkig en fijn
gevoel bedoeld, of als een doekje voor het bloeden. We zijn gelukkig in de
beproeving, omdat we er niet alleen voor staan; juist daar is God aanwezig. Hij
staat naast ons. Jezus begint vandaag met de Bergrede. Hij gaat les geven. Dit
doet Hij als een soort nieuwe Mozes. Mozes kwam de berg af met de Tien Geboden,
de Wet die God ons geeft. Jezus gaat vandaag de berg op om die Wet aan ons uit
te leggen. Hierbij draait de Heer alles om. God is niet alleen aanwezig in succes,
als een soort beloning voor goed gedrag. Hij is er ook en misschien wel juist dan
als wij het niet op eigen kracht kunnen. Moeilijke situaties, momenten van pijn
en verdriet kunnen dan ook een plaats van Godsontmoeting zijn.
God
staat naast je, onder alle omstandigheden. Hij is er niet alleen als het je
lukt om te geloven, je Bijbel te lezen en te bidden, maar Hij is er zeker ook
als geloven onder druk staat en alle zekerheden het raam uit vliegen. Daartoe
mogen we onszelf zalig, gelukkig prijzen.
In
de eerste lezing ontmoeten we de profeet Sefanja. Zijn naam is al prachtig: "De
Heer beschermt". Hij is een van de kleine profeten, dat zijn de kleine
boekjes in de Bijbel waar wij makkelijk overheen bladeren. Sefanja bestaat uit maar
drie hoofdstukken. De profeet begint scherp, er klinkt onheil en oordeel. God
neemt het leven namelijk serieus. Daar eindigt het niet. Sefanja spreekt over
mensen die arm zijn, klein, niet indrukwekkend. Mensen die hun toevlucht zoeken
bij de Heer. Dat is namelijk wat wij moeten doen: “Zoek de Heer”, zegt hij. Hij
stelt niet dat we alles op orde moeten hebben, sterk moeten zijn en volhouden. Zoeken,
dat is al genoeg. Het draait om leven in vertrouwen. Het gaat niet om een groot
geloof, maar om stille trouw. Daar begint Gods toekomst.
Het
is verleidelijk om nu open deuren in te trappen en te spreken over geloof als
steun en houvast. Dat klinkt dan als een warme deken, heerlijk. Wat hebben we
daaraan als we midden in de storm staan? Als de twijfel toeneemt en het gevoel
ontbreekt? Als het niet lukt om te bidden? Geloven is een kwestie van uithouden
en volhouden. Die spanning moeten we niet uit de weg gaan.
Mijn
vader liet mij dat de afgelopen week weer zien. In alle verwarring, verdriet en
boosheid zag ik een klein gelovig lichtpuntje doorkomen. Mijn vader lag op de afdeling
met gelijkgestemden. Dit leverde ook wel mooie momenten op. Zijn kamergenoot
vond mijn vader erg op Joop lijken. Hij sprak mijn vader, Bram, consequent zo aan.
Mijn vader besloot hem te verbeteren en zei: Ik ben Bram. De reactie was
prachtig: “Joop, wie is Bram?”
Toen
ik op bezoek was kreeg mijn vader een MRI scan. Hij was daarvoor al onrustig en
boos en die scan had hem niet vrolijker gemaakt. Hij kwam terug op zijn bed en
keek mij ontzettend boos aan en beet mij toe dat ik een boef was. Het was op
dat moment geen liefbedoeld koosnaampje. De boosheid en onrust bleven en toen
gingen de patiënten aan tafel. De maaltijden werden verdeeld en men wachtte
rustig op elkaar. Plots keek mijn vader mij weer boos aan en zei: “Nou, doe het
dan!” Terwijl hij mij vragend aankeek sloeg hij een kruis over de maaltijd. Even
wist ik niet goed wat ik ervan moest denken. Was het spottend, of een herinnering?
Ik besloot het serieus te nemen en zegende de maaltijd. De anderen merkten het
volgens mij niet eens op en mijn vader begon rustig te eten. De zegen sprak ik
uit omdat het op dat moment het enige was dat ik kon doen. De situatie kon voor
mijn vader niet oplossen, maar in dat gebaar klonk wel door: ook hier is God
aanwezig. Dat is misschien wel wat geloven in de stormen van het leven van ons
vraagt. Blijven, en het kleine doen dat je is toevertrouwd. Daarin mogen we ons
gelukkig prijzen, want God staat naast ons. Of we het nu altijd even duidelijk
ervaren of niet. Hij zal er zijn. Amen.
Reacties
Een reactie posten