Doorgaan naar hoofdcontent

Openbaring des Heren/ Driekoningen


De Kerststal heeft iets magisch. Als je nu ergens binnenkomt, gaat de blik er als vanzelf naar toe. Stallen zijn er in alle soorten en maten. Sommigen gaan al generaties met de familie mee en anderen zijn van lego. Klassiek en modern, alles is mogelijk. Ook ik ben met de Kerststal opgegroeid. In de weken voor Kerst werd hij thuis neergezet. Maria, Jozef, de os en de ezel vonden gelijk hun plaats. De herders met wat schaapjes werden ervoor neergezet. Het Kindje Jezus lag vol verwachting achter de stal. Die moest nog even geduld hebben. Op Kerstavond was het even onderhandelen met mijn zus wie Jezus in de stal mocht leggen. Met de wijzen of de koningen hadden we iets meer geduld. Die stonden iets verder van de stal af en mochten steeds iets dichterbij komen. Zij kwamen echt in beweging, althans, als wij ze verplaatsten. Zo kwam ook dit feest een beetje tot leven. Al werd dit door de jaren heen steeds minder en werd iedereen bij het opzetten al in en rond de stal geplaatst, behalve Jezus. Die verscheen steeds vaker in de loop van Eerste Kerstdag: “Oja, dat moet ook nog”. De wijzen zijn en blijven bijzondere figuren. De herders zijn duidelijk, zij stralen uit dat Jezus voor iedereen is gekomen. Ook voor hen die aan de kant staan, die naar hun schapen ruiken. De koningen liggen wat ingewikkelder. Ze zien een ster, analyseren wat het zou kunnen betekenen en gaan op reis. We weten eigenlijk niets van ze, zelfs niet met hoeveel ze daadwerkelijk waren. Juist zij tonen aan dat Christus écht voor iedereen is gekomen. Die herders horen nog bij het Volk Israël, maar die koningen niet, net als wij.

In het Evangelie zien we meer over deze wijzen uit het Oosten. Het is een bekend verhaal. Ze hebben de ster gevolgd en zoeken de pasgeboren Koning. Dit doen ze in eerste instantie op een logische plek, in Jeruzalem. Het Amsterdam van die tijd. De ster begeleidt hen verder, zij volgen het licht om het Licht van de wereld te kunnen aanschouwen. Zij geven Jezus drie geschenken: Goud, wierook en mirre. Wonderlijke cadeaus voor bij een kraamvisite, maar met een bijzondere betekenis. Het zegt namelijk alles over wie Jezus is. Goud staat voor Zijn Koningschap. Jezus laat door zijn leven heen zien hoe hij het Koningschap invult. Niet vanuit macht, maar dienstbaar. Jezus is de koning die zich klein maakt om zijn taak te vervullen. Het wierook wijst op het goddelijke aspect van Jezus. In de joodse tempel werd het gebrand en wij doen het nog steeds. De rook gaat omhoog, zoals de psalmist zegt: Laat onze gebeden opstijgen als wierook tot uw aangezicht. God is aanwezig. De mirre is eigenlijk een pijnlijk geschenk. Het is een zalf om wonden te onderhouden, of iemand die overleden is te balsemen. Het toont de realiteit van Kerst: kribbe en kruis zijn van hetzelfde hout. Met Kerst mogen we ook vooruit kijken naar het offer van Jezus. Hij zal sterven en weer verrijzen, opdat wij kunnen leven.

Samen vertellen de drie geschenken wie Jezus is. Koning, God en mens. Kerst en Pasen raken elkaar. De weg naar het kruis begint niet pas bij Goede Vrijdag, maar nu al. Bij Driekoningen klinkt er dan ook een appèl voor ons; we bewegen mee.

Die ster brandt niet alleen voor de wijzen toen, maar ook voor ons. In de eerste lezing uit Jesaja zien we dat de komst van het licht verschillende reacties oproept. In de hoofdstukken ervoor wordt duidelijk waarom. Waar mensen zich bekeren en zich laten raken, wordt het licht bevrijdend. Waar men zich afsluit, blijft het donker. We mogen onze ogen opslaan, zoals de profeet stelt en om ons heen kijken.

Durven we het licht toe te laten en het te volgen, ook als het ons even niet uitkomt, als het onze plannen doorkruist en ons op een andere weg zet dan we hadden gedacht?

We kunnen met andere ogen naar de Wijzen kijken, zij vormen een spiegel. De drie koningen laten samen een volledig beeld zien.

Balthasar, de oudste, is vaak al geknield. Hij neemt de houding van aanbidding aan, zonder dat hij het al helemaal overziet. Zijn ervaring doet hem aanvoelen dat hier iets bijzonders gebeurt en dat kan hij accepteren en aanvaarden. Dat is rijpheid. Hij herkent meer dan hij kan uitleggen.

De jongste, Caspar, is nog in beweging. Met een beetje fantasie zie je dat hij nog vol vuur is en wat ongeduldig. Hij zorgt voor jeugdig enthousiasme. Soms loopt hij zich misschien voorbij en brandt het vuur iets te fel, maar zonder hem komt er weinig op gang.

Daartussen staat Melchior nog in het midden. Hij is de verbinder. Hij overziet wat de oudste aanvoelt en wat de jongste wil. Hij bewaakt de richting. Hij staat voor onderscheiding. Niet alles wat beweegt is goed, niet alles wat knielt is af. Hij houdt “de kerk in het midden” en daarmee de reis begaanbaar.

Dan is er vaak nog een vierde figuur, wat meer verborgen. De kamelendrijver. Hij draagt geen kroon en brengt geen geschenk, maar hij zorgt dat de reis verder kan. Hij is dienstbaar op de achtergrond aanwezig. Zonder hem komt niemand bij de stal. Hij brengt de naastenliefde concreet in beweging.

Het een is niet beter of slechter dan het andere. We hebben ze allemaal nodig. Soms ben je meer de een en dan weer meer de ander. Zo worden we geroepen om steeds weer naar de stal te bewegen. Niet allemaal op dezelfde manier, niet in hetzelfde tempo. Soms kniel je. Soms loop je te snel. Soms draag je. Soms dien je in stilte. Het geloof bestaat niet uit één houding, maar uit het samen onderweg zijn. Zo mogen we steeds oog hebben voor het Licht van de Wereld en Hem volgen. Amen.

Afbeelding is gecreëerd middels AI

Reacties

Populaire posts van deze blog

14e zondag door het jaar C

Een tijd je terug ging in de avond de deurbel bij de pastorie. Ik verwachtte niemand en besloot de bel gewoon te negeren. Er werd nogmaals gebeld, stiekem keek ik even uit het raam en ik zag iemand met een rugzak staan. Het gebeurt vaker dat er aangebeld wordt en men om hulp vraagt, vaak in de vorm van geld voor een treinkaartje, eten of een plek om te slapen. In alle eerlijkheid, ik had er geen zin in. Mooier maken kan ik het niet en ik negeerde de bel. Toen kreeg ik een smsje, doorgestuurd vanaf de Noodtelefoon. De deurbeller had het nummer gevonden en zijn vraag verzonden. Hij bleek een missionaris te zijn die een slaapplek zocht. Mijn motivatie en zeker de gastvrijheid en naastenliefde was nog steeds niet erg hoog, maar ik besloot dat ik hem minstens aan kon spreken; alvorens af te poeieren. De missionaris vertelde dat hij, indachtig het Evangelie van vandaag, zonder spullen door Nederland trok om het Evangelie te leven en te verkondigen. Hij noemde bij een nieuwe orde te horen e...

Pinksteren

Van harte gefeliciteerd! Vandaag vieren we de verjaardag van de Kerk. Hiermee bedoel ik dit niet gebouw of de parochie die wij samen vormen, maar de Kerk met een hoofdletter. Na Pasen belooft Jezus aan zijn leerlingen een Helper, de H. Geest en vandaag vieren we dat Hij daadwerkelijk aan ons gegeven is. Het brengt de leerlingen letterlijk in beweging en zij trekken de wereld over om dat Goede Nieuws verder te verspreiden. De Kerk is geboren. Proficiat! De heilige Geest is in het beeld toch vaak de wat grote onbekende als we naar God kijken. Bij God de Vader hebben we wel een beeld, God de Zoon voelt benaderbaar, maar die God de Heilige Geest blijft wat ingewikkeld. Terwijl Hij er al vanaf het begin bij is. In het scheppingsverhaal komen we de Geest al tegen: “In het begin schiep God de hemel en de aarde. De aarde was woest en leeg; duisternis lag over de diepte, en de geest van God zweefde over de wateren” [cf. Gen. 1, 1.2] Door heel de Bijbel ontmoeten we de Geest. In de oorspronke...

19e zondag door het jaar C

  In mijn jonge jaren verzamelde ik van alles en nog wat. Een periode waren het steentjes. Als ik dan ging wandelen en een mooi exemplaar vond, sjouwde ik deze met mij mee. Het was dan een bijzondere schat die later in mijn kamertje een plek vond. De kleine verzameling is op een gegeven moment verdwenen. Het was dan ook geen echte schat voor mij, maar gewoon iets dat tijdelijk leuk was. Allemaal hebben we iets wat voor ons belangrijk is. Iets dat je als een schat, als rijkdom beschouwt. Dit kan een object zijn, maar misschien ook wel familie, gezondheid, mooie reizen maken. Iets waar je niet zonder zou kunnen, wat blijvende vreugde schenkt.   Jezus vraagt ons er ook naar: wat is jouw schat? Waar gaat je hart het meest naar uit? Hij zegt: “Waar je schat is, daar zal ook je hart zijn.” En dan gaat Hij nog een stap verder: Hij nodigt ons uit om onze schat niet hier op aarde te verzamelen, maar in de hemel. Want zo leiden we een leven met God. Zo’n leven vraagt ook iets van ons. O...