In het Evangelie zien we meer over deze wijzen uit het Oosten. Het is een bekend verhaal. Ze hebben de ster gevolgd en zoeken de pasgeboren Koning. Dit doen ze in eerste instantie op een logische plek, in Jeruzalem. Het Amsterdam van die tijd. De ster begeleidt hen verder, zij volgen het licht om het Licht van de wereld te kunnen aanschouwen. Zij geven Jezus drie geschenken: Goud, wierook en mirre. Wonderlijke cadeaus voor bij een kraamvisite, maar met een bijzondere betekenis. Het zegt namelijk alles over wie Jezus is. Goud staat voor Zijn Koningschap. Jezus laat door zijn leven heen zien hoe hij het Koningschap invult. Niet vanuit macht, maar dienstbaar. Jezus is de koning die zich klein maakt om zijn taak te vervullen. Het wierook wijst op het goddelijke aspect van Jezus. In de joodse tempel werd het gebrand en wij doen het nog steeds. De rook gaat omhoog, zoals de psalmist zegt: Laat onze gebeden opstijgen als wierook tot uw aangezicht. God is aanwezig. De mirre is eigenlijk een pijnlijk geschenk. Het is een zalf om wonden te onderhouden, of iemand die overleden is te balsemen. Het toont de realiteit van Kerst: kribbe en kruis zijn van hetzelfde hout. Met Kerst mogen we ook vooruit kijken naar het offer van Jezus. Hij zal sterven en weer verrijzen, opdat wij kunnen leven.
Samen vertellen de drie geschenken wie Jezus is. Koning, God en mens. Kerst en Pasen raken elkaar. De weg naar het kruis begint niet pas bij Goede Vrijdag, maar nu al. Bij Driekoningen klinkt er dan ook een appèl voor ons; we bewegen mee.
Die ster brandt niet alleen voor de wijzen toen, maar ook voor ons. In de eerste lezing uit Jesaja zien we dat de komst van het licht verschillende reacties oproept. In de hoofdstukken ervoor wordt duidelijk waarom. Waar mensen zich bekeren en zich laten raken, wordt het licht bevrijdend. Waar men zich afsluit, blijft het donker. We mogen onze ogen opslaan, zoals de profeet stelt en om ons heen kijken.
Durven we het licht toe te laten en het te volgen, ook als het ons even niet uitkomt, als het onze plannen doorkruist en ons op een andere weg zet dan we hadden gedacht?
We kunnen met
andere ogen naar de Wijzen kijken, zij vormen een spiegel. De drie koningen laten
samen een volledig beeld zien.
Balthasar, de
oudste, is vaak al geknield. Hij neemt de houding van aanbidding aan, zonder
dat hij het al helemaal overziet. Zijn ervaring doet hem aanvoelen dat hier
iets bijzonders gebeurt en dat kan hij accepteren en aanvaarden. Dat is rijpheid.
Hij herkent meer dan hij kan uitleggen.
De jongste, Caspar,
is nog in beweging. Met een beetje fantasie zie je dat hij nog vol vuur is en
wat ongeduldig. Hij zorgt voor jeugdig enthousiasme. Soms loopt hij zich
misschien voorbij en brandt het vuur iets te fel, maar zonder hem komt er weinig
op gang.
Daartussen
staat Melchior nog in het midden. Hij is de verbinder. Hij overziet wat de
oudste aanvoelt en wat de jongste wil. Hij bewaakt de richting. Hij staat voor
onderscheiding. Niet alles wat beweegt is goed, niet alles wat knielt is af.
Hij houdt “de kerk in het midden” en daarmee de reis begaanbaar.
Dan is er vaak
nog een vierde figuur, wat meer verborgen. De kamelendrijver. Hij draagt geen
kroon en brengt geen geschenk, maar hij zorgt dat de reis verder kan. Hij is dienstbaar
op de achtergrond aanwezig. Zonder hem komt niemand bij de stal. Hij brengt de
naastenliefde concreet in beweging.
Het een is niet
beter of slechter dan het andere. We hebben ze allemaal nodig. Soms ben je meer
de een en dan weer meer de ander. Zo worden we geroepen om steeds weer naar de
stal te bewegen. Niet allemaal op dezelfde manier, niet in hetzelfde tempo. Soms
kniel je. Soms loop je te snel. Soms draag je. Soms dien je in stilte. Het
geloof bestaat niet uit één houding, maar uit het samen onderweg zijn. Zo mogen
we steeds oog hebben voor het Licht van de Wereld en Hem volgen. Amen.
Afbeelding is gecreëerd middels AI
Reacties
Een reactie posten