“Ik
bid voor je.” We zeggen het vaak. Als iemand ziek is, als het leven zwaar is,
of gewoon als iemand iets spannends te wachten staat. Daar is natuurlijk niets
mis mee. Integendeel. Ik zeg het zelf ook en probeer het dan ook echt te doen.
Soms klinkt het ook wat gemakkelijk. Iemand vertelt een moeilijk verhaal, je
zoekt naar woorden en voor je het weet zeg je: “Ik zal voor je bidden.” Goed
bedoeld, zeker. Maar het moet geen lege huls worden. Als een soort stopwoordje.
Bidden kan namelijk bergen verzetten, niet altijd op de manier die wij zouden
willen of hadden verwacht. Het kan meer dan wij denken. Gisteren was er in Rome
een avondgebed voor de vrede. Paus Leo nam dit initiatief met Pasen. Vanwege de
onrust in de wereld en de vele brandhaarden die er op dit moment zijn sprak hij
nadrukkelijk over de vrede. De paus noemde de verrijzenis van Jezus een
overwinning van de Liefde. Liefde die schept. Liefde die trouw blijft tot het
einde. Liefde die vergeeft en bevrijdt. Paus Leo hield de toehoorders voor dat Jezus
uit de dood opstond met een kracht die geen geweld nodig heeft. Hij sprak vervolgens
profetische woorden: “Wie wapens in de hand heeft, leg die neer!”, “Wie de
macht heeft om oorlogen te ontketenen, kies voor de vrede!” en “Niet een vrede
die is verkregen door geweld, maar door dialoog!” Juist in een wereld waarin
oorlog vaak wordt verdedigd als weg naar vrede, moet dat geluid blijven
klinken. Als christenen hebben wij namelijk een andere boodschap, een
vreugdevolle en vrede schenkende boodschap: “de vrede zij met je”, de vrede die
de Verrezen Heer is ons hart heeft gestort.
Het
is namelijk de boodschap die Jezus zelf verspreidt. Hij verschijnt bij de
leerlingen en zegt hen als eerste de vrede toe: “vrede zij u”. Dat is geen loze
groet, geen goedemorgen en is er nog koffie. De leerlingen hebben die vrede nodig.
Zij zitten namelijk achter gesloten deuren. Ze zijn bang. Onrustig. Ze weten
niet hoe het verder moet. En precies daar, midden in die angst, staat Jezus. Hij
spreekt woorden van vrede. Niet iedereen staat direct open voor die boodschap.
Tomas is op het moment dat Jezus verschijnt afwezig en heeft de Verrezene niet
ontmoet. Zijn vrienden kunnen wel zoveel zeggen, maar hij gelooft het niet of
kan het niet geloven. Hij wil zien, hij wil aanraken. Eerst zien en dan
geloven. Dat mag. Die ruimte geeft Jezus. In ons gelovig leven is er is ruimte
voor twijfel. Ruimte om te groeien. Ruimte om tot inzicht te komen en ook de
ruimte om het gewoon even niet te weten. Daartoe schenkt Jezus de Geest, de
Helper. Ook dan blijft geloven nog een vrije keuze. Zoals de Heer aan Tomas: “raak
Mij aan en wordt niet ongelovig, maar gelovig”. Jezus geeft hem de ruimte om
tot geloof te komen. Die ruimte geeft Hij nog steeds. Die weg van het geloof gaan
we ook niet alleen, maar mogen het samen aangaan en zijn elkaar tot steun. Als
leerlingen van Jezus dragen we elkaar in het geloof, juist als het moeilijk
wordt.
Het
komt duidelijk naar voren in de eerste lezing in het Bijbelboek Handelingen. Het
is een prachtig boek, ik kan het iedereen aanraden. Het laat zien hoe de eerste
leerlingen na Pinksteren opeens op eigen benen staan. Ze hebben de heilige
Geest ontvangen en de opdracht klinkt dat het Evangelie moeten gaan verkondigen.
Vervolgens maken ze er op momenten ook een potje van. Er is gedoe, spanningen.
Het zijn net mensen zoals u en ik. De Kerk is heilig, maar het grondpersoneel
maakt er soms een potje van. Vandaag lezen we hoe de eerste christenen alles
gemeenschappelijk hadden. Dat wordt soms snel weggezet als een soort politiek
ideaal, socialisme avant la lettre. Daar gaat het niet om. Het gaat om iets
eenvoudigers en tegelijk iets veel moeilijkers: oog hebben voor elkaar. Delen
wat je hebt. Niet langs elkaar heen leven, maar samen optrekken. Daar, in dat
concrete samenleven, begint vrede. Dat is geen ver van je bedshow, maar iets
dat ons allemaal aangaat.
Het
is te makkelijk om te zeggen: wat kan ik nu doen? Wereldvrede is een mooie wens
voor op de kerstkaart, maar dat is iets voor de regering, NAVO-chef Rutte of
wie dan ook. Ik heb er geen invloed op en gaan over tot de orde van de dag.
Terwijl
Jezus die vrede niet alleen aanzegt aan zijn leerlingen, maar ook aan ons.
Ieder keer opnieuw als we vieren, als mensen biddend samenkomen. De vrede is
niet ver weg, maar begint in je eigen hart. Vrede begint daar waar mensen
elkaar zien. Waar ze niet onverschillig zijn voor het leed van een ander. Dat
is misschien wel het grootste gevaar: dat we wennen aan geweld. Dat het ons
niet meer raakt en we gewoon doorzappen naar het volgende vermaak dat we tot
ons kunnen nemen. Oorlog is niet het nieuwe normaal. Daar moeten we ons tegen
verzetten, in ons eigen hart en daar waar wij leven. Grote verschillen hoeven
we niet te maken, maar laten we beginnen met ons te laten raken door de verschrikkelijke
nieuwsberichten die tot ons komen. Het voelt misschien ver weg, maar
waarschijnlijk is er in de kring om jou heen of iets breder wel iemand die uit
een gebied komt waar nu oorlog is, of iemand kent die in het leger zijn best
doet om aan vrede te werken. Als jij je laat raken, kan je vervolgens ook
bidden. Bidden om vrede, voor hen die lijden onder oorlog en zeker ook voor hen
die oorlog zoeken; dat zij tot inkeer mogen komen. Laten we daar zonder ophouden voor bidden. Niet
als een lege huls, want het gebed van een rechtvaardige vermag veel. Amen.

Reacties
Een reactie posten