Als er een telefoonstoring is of het internet ligt er even uit, dan staat de wereld even stil. Althans, zo lijkt het. Waar sommigen gewoon rustig met het leven doorgaan, raken anderen in paniek. Je bent namelijk even uit verbinding. De berichtjes vallen even stil, er is geen afleiding en je bent even teruggeworpen op jezelf. Op die momenten valt vaak het kwartje hoeveel je eigenlijk op je mobiel zit. Voor sommigen onder ons is het dan een zegen en voor anderen is het een ramp. De verbinding kwijt zijn kan een gevoel van verveling met zich meebrengen, misschien zelfs wel eenzaamheid, of een gevoel van ruimte en rust. De hele dag komt er van alles en nog wat onze levens binnen. Terwijl de stilte weldadig is. Als namelijk alle stemmen en prikkels zwijgen, blijft over wat echt belangrijk is.
Kerkelijk gezien zitten we nu zelf ook even in die stilte. Afgelopen donderdag vierden we Hemelvaart. Jezus, de verrezen Heer is teruggekeerd naar de Vader, maar de beloofde Helper, de Heilige Geest, is nog niet neergedaald. We zitten tussen die twee fases in. Een moment van loslaten en het moment van uitzien. Een moment dat de verbinding even wat minder aanwezig lijkt. In het evangelie horen we hoe Jezus bidt. We luisteren als het ware even mee. Jezus bevindt zich rond het laatste Avondmaal en Hij bereid zijn vrienden voor op het naderende afscheid. Ook bidt Hij voor zijn leerlingen en dus ook voor ons. Dit gebed wordt met Hogepriesterlijk gebed genoemd. Zoals de hogepriester vroeger het volk bij God bracht, zo draagt Jezus nu zijn leerlingen op aan de Vader. Jezus plaatst ons eigenlijk in de verbinding met de Vader. Doordat de Heer ook voor ons bidt, spreekt hier een verbondenheid uit die verder gaat dan we kunnen zien. Het is een verbondenheid in het vertrouwen dat God ons niet loslaat, maar met ons is. Onder alle omstandigheden: als het allemaal leuk is, maar ook als we door de bomen het bos niet meer zien. Het gebed helpt ons om in dat vertrouwen te groeien, want in het gebed blijft de verbinding open.
Het gebed is belangrijk. Het is meer dan alleen het opzeggen van vertrouwde woorden of het voorleggen van een lijstje wensen. God wil met ons in contact staan. Dat is wat bidden is: groeien in onze relatie met God. Zoals elke relatie aandacht nodig heeft, zo vraagt ook het geloof om tijd en nabijheid. Als je een vriend of vriendin nooit spreekt, verwatert het contact. God wil niet ver van ons blijven. Hij blijft naar ons toekomen. Uit liefde. Wij kunnen Hem liefhebben, omdat Hij ons het eerst heeft liefgehad. We zien het al gebeuren bij de eerste leerlingen in het boek Handelingen. Ze volharden in het gebed. Het is ook niet iets dat alleen aan een klein clubje getrouwen wordt toevertrouwd. Bidden kan iedereen. Het hele rijtje wordt genoemd: apostelen, de groep vrouwen, broeders en Maria.
Toch is het niet altijd gemakkelijk om te volharden in het gebed. Er zijn periodes waarin bidden bijna vanzelf gaat, maar ook momenten waarop het droog en moeilijk wordt. Dan ontbreken de woorden, de motivatie of het gevoel. Het roept soms de vraag op of bidden werkelijk iets uithaalt. Die momenten herkennen velen van ons waarschijnlijk wel. Het leven kan zwaar en verwarrend zijn. Toch houdt Petrus ons in de tweede lezing voor dat de Geest van God op ons rust. En Paulus schrijft elders dat de Geest zelf voor ons pleit met onuitsprekelijke verzuchtingen. Als het ons niet lukt om te bidden, mogen we vertrouwen dat de Geest voor ons bidt. Zelfs wanneer onze woorden stilvallen, blijft God nabij.
Het gebedsleven kan best ingewikkeld zijn. We vergelijken ons soms met anderen die op het oog een sterk en vervullend gebedsleven hebben. Op de priesteropleiding hadden we geregeld Eucharistische aanbidding. De monstrans met de Eucharistie wordt dan op het altaar geplaatst en dan zit je een tijd samen in de kapel te bidden. Zelf zat ik vaak achterin, dan kon ik tenminste nog een beetje bewegen wanneer mijn gedachten afdwaalden. Ik keek altijd een beetje op tegen een medestudent. Hij zat een uur lang kaarsrecht geknield. De devotie spatte ervan af, zo leek het tenminste. Aan het einde van zo’n gebedsuur bedankte hij mij eens voor het samen bidden. Hij vertelde dat hij zelf juist erg verstrooid en afgeleid was geweest, maar dat het hem hielp dat ik daar achterin de kapel zat mee te bidden. Dat gaf hem de kracht om vol te houden. Juist daarin hebben we elkaar nodig. Zoals de eerste leerlingen samen volhardden in gebed, zo mogen ook wij elkaar dragen in geloof en gebed. Er zijn veel manieren om te bidden: je kan de psalmen gebruiken, of de rozenkrans bidden. Er zijn veel podcast die je door de gebedstijden heen geleiden, of neem gewoon een moment van stilte. Er is genoeg te verzinnen, maar begin eenvoudig. Sla een kruisteken bij het opstaan in de ochtend. Door God te danken voor de nieuwe dag en Hem mee te nemen door de dag heen, door te danken, te vragen en te delen. Zo groeien we steeds verder in de relatie met de Levende Heer, die met ons en voor ons bidt. Als het ons lukt en ook als alle woorden tekort schieten. Want God heeft ons lief, stuk voor stuk. Hij wil met ons in relatie staan, want wij zijn zijn geliefde kinderen. Amen
Reacties
Een reactie posten