Doorgaan naar hoofdcontent

12e zondag door het jaar A

 


Tijdens een voetbalwedstrijd hoor je geregeld na afloop dat “wij” gewonnen hebben, of “ze” hebben verloren. Het klinkt dan alsof we zelf 90 minuten lang meegespeeld hebben en de winnende goal hebben gemaakt. “We hebben gewonnen”. Die saamhorigheid verdwijnt bij een verliespartij, dan hebben “zij” gefaald.  Als het goed gaat komt het door onze inzet. We hebben dan iets voor elkaar gekregen. De wereld is maakbaar. Zolang we ons maar inzetten en moeite doen, komt alles goed. Het goede komt ons toe. Dan lijkt het alsof we het leven onder controle hebben, terwijl de realiteit vaak weerbarstiger is.

In het evangelie plaatst Jezus daar gelukkig een ander perspectief tegenover. We lezen uit de zendingsrede. Hij zendt zijn leerlingen eropuit en bereidt hen voor op een werkelijkheid die niet altijd gemakkelijk zal zijn. Er zullen moeilijkheden komen. Niet alles zal lukken. Niet iedereen zal luisteren. Juist dan zegt Jezus: wees niet bang. Zelfs geen mus valt op de grond zonder dat jullie Vader ervan weet. Jezus nodigt zijn leerlingen uit hun vertrouwen niet op zichzelf te bouwen, maar op God. Niet omdat er nooit iets moeilijks zal gebeuren, maar omdat God aanwezig blijft, ook wanneer het moeilijk wordt. Door heel het leven heen, in alle mooie en moeilijke momenten, richten we ons tot God.

Die gedachte horen we ook terug in de tweede lezing uit de Romeinenbrief. Paulus spreekt daar over de genade die ons in Christus geschonken wordt. Ons leven rust uiteindelijk niet op onze prestaties, maar op Gods gave. Wij mogen leven vanuit wat wij ontvangen hebben. Dat betekent niet dat onze inspanningen er niet toe doen, maar wel dat Gods liefde altijd voorafgaat. Zijn genade draagt ons, ook wanneer wij zelf tekortschieten of wanneer het leven anders loopt dan gehoopt. Soms zien wij alleen wat wij verliezen, terwijl God al bezig is nieuwe wegen te openen. Het is een kwestie van met andere ogen kijken. In een Amerikaans stadje in Alabama, staat er een opvallend monument. Een vrouw houdt daar een schild vast met daarop een katoensnuitkever, een insect dat begin vorige eeuw de katoenoogsten verwoestte. Voor de inwoners was dat een ramp, want katoen was hun belangrijkste bron van inkomsten. De inkomsten droogden op en de wanhoop nam toe. Velen zagen hun bestaan bedreigd. Een handige zakenman zag een gat in de markt: pinda’s. Een boer begon dit te verbouwen en na één oogst had hij al genoeg verdient om zijn schulden af te lossen. Goed voorbeeld doet uiteraard volgen en meerdere boeren stapten over naar het telen van pinda’s. Ook zij behaalden goede oogsten en het geld stroomde binnen. Ten slotte verbouwde iedereen in die stad pinda’s en de stadsnaam werd gewijzigd naar Enterprise, dat betekent onderneming. De crisis bleek uiteindelijk een keerpunt. Het werd een groot succes. De economie leefde weer op. Daarom kreeg dat vervelende insect zelfs een monument. Niet omdat men er blij mee was, maar omdat het de aanleiding werd voor nieuwe mogelijkheden. Soms kan iets wat eerst alleen als verlies voelt, onverwacht de deur openen naar iets nieuws. Steeds klinkt in ons leven weer de uitnodiging om te leren kijken met de ogen van het geloof en daar vertrouwen uit putten.

Die boodschap kan niet vaak genoeg klinken. We leven in een tijd waarin veel van ons verwacht wordt. Als iets lukt, denken we dat het onze verdienste is. Als iets mislukt, zoeken we vaak de schuld bij onszelf. Misschien hebben we niet hard genoeg gewerkt, niet slim genoeg gekozen, niet genoeg ons best gedaan. Een deel van het leven laat zich eenvoudigweg niet beheersen. Wij zijn kwetsbare mensen in een kwetsbare wereld. Moeilijke momenten gaan geen huishouden voorbij. We worden getroffen door ziektes en teleurstellingen. Het is een onderdeel van het leven. Juist in die kwetsbaarheid zegt Jezus vandaag: wees niet bang. Moeilijkheden zijn onvermijdelijk. Het is dus niet de vraag of we dit kunnen vermijden, maar eigenlijk hoe wij erdoorheen gaan. Het evangelie geeft een antwoord: niet vanuit angst, maar vanuit vertrouwen.

Daar kunnen we in groeien door drie eenvoudige stappen te zetten. Eerst moeten we erkennen dat wij het leven niet volledig in eigen hand hebben. Dat vraagt nederigheid. Het betekent loslaten dat wij alles kunnen controleren en beheersen. Tegelijk geeft dat ook rust. Niet alles hangt van ons af. Wij hoeven niet de redder van ons eigen leven te zijn. Vanuit dat besef kunnen we onze handen openen. We hoeven niet krampachtig vast te houden wat we hebben of alle ballen in de lucht te houden. Door onze handen te openen maken we ruimte voor wat God ons wil geven. Dat is wat Paulus genade noemt. Ons leven rust uiteindelijk niet alleen op wat wij zelf presteren, maar op wat wij mogen ontvangen. Wanneer onze handen geopend zijn, kunnen we ze ook uitstrekken naar God. Dan beseffen we dat wij Hem nodig hebben. We zoeken Hem in het gebed, in de Schrift en in de mensen en situaties die Hij op onze wegen brengt. We leren ons leven steeds opnieuw aan Hem toe te vertrouwen. Dat betekent niet dat alle problemen plotseling verdwijnen. God gebruikt geen toverstokje om al onze problemen in een moment te laten verdwijnen. Moeilijke momenten blijven onderdeel van het leven. Maar vertrouwen groeit wanneer we ontdekken dat wij er niet alleen voor staan. De Vader draagt zorg voor de mussen. Hij laat ook ons niet los. Wij mogen onszelf in zijn handen leggen, in het vertrouwen dat Hij ons zal begeleiden, wat er ook gebeurt. Wij zijn zijn geliefde kinderen. Amen.

Reacties

Populaire posts van deze blog

14e zondag door het jaar C

Een tijd je terug ging in de avond de deurbel bij de pastorie. Ik verwachtte niemand en besloot de bel gewoon te negeren. Er werd nogmaals gebeld, stiekem keek ik even uit het raam en ik zag iemand met een rugzak staan. Het gebeurt vaker dat er aangebeld wordt en men om hulp vraagt, vaak in de vorm van geld voor een treinkaartje, eten of een plek om te slapen. In alle eerlijkheid, ik had er geen zin in. Mooier maken kan ik het niet en ik negeerde de bel. Toen kreeg ik een smsje, doorgestuurd vanaf de Noodtelefoon. De deurbeller had het nummer gevonden en zijn vraag verzonden. Hij bleek een missionaris te zijn die een slaapplek zocht. Mijn motivatie en zeker de gastvrijheid en naastenliefde was nog steeds niet erg hoog, maar ik besloot dat ik hem minstens aan kon spreken; alvorens af te poeieren. De missionaris vertelde dat hij, indachtig het Evangelie van vandaag, zonder spullen door Nederland trok om het Evangelie te leven en te verkondigen. Hij noemde bij een nieuwe orde te horen e...

19e zondag door het jaar C

  In mijn jonge jaren verzamelde ik van alles en nog wat. Een periode waren het steentjes. Als ik dan ging wandelen en een mooi exemplaar vond, sjouwde ik deze met mij mee. Het was dan een bijzondere schat die later in mijn kamertje een plek vond. De kleine verzameling is op een gegeven moment verdwenen. Het was dan ook geen echte schat voor mij, maar gewoon iets dat tijdelijk leuk was. Allemaal hebben we iets wat voor ons belangrijk is. Iets dat je als een schat, als rijkdom beschouwt. Dit kan een object zijn, maar misschien ook wel familie, gezondheid, mooie reizen maken. Iets waar je niet zonder zou kunnen, wat blijvende vreugde schenkt.   Jezus vraagt ons er ook naar: wat is jouw schat? Waar gaat je hart het meest naar uit? Hij zegt: “Waar je schat is, daar zal ook je hart zijn.” En dan gaat Hij nog een stap verder: Hij nodigt ons uit om onze schat niet hier op aarde te verzamelen, maar in de hemel. Want zo leiden we een leven met God. Zo’n leven vraagt ook iets van ons. O...

8 december: Onbevlekte Ontvangenis van de heilige maagd Maria

Op de middelbare school spraken we bij Godsdienst over de maagdelijke geboorte van Christus. Daar werd toen grappend op gereageerd: “Dat is toch niet mogelijk! Rare jongens, die christenen.” Het besef dat voor God niets onmogelijk is, was voor velen op dat moment nog ver weg en is het wellicht nog steeds. Vaak maken we God toch kleiner dan Hij is. Het is dan overzichtelijk en te bevatten. Terwijl als we denken God te begrijpen, dan is er één zekerheid: dan is dat God niet. Hij is zoveel groter.   We mogen het mysterie het mysterie laten blijven. God heeft een plan, vanaf het allereerste begin. Na de zondeval met Adam en Eva waren wij niet meer in staat om bij God uit te komen. God zelf is Mens geworden om die weg weer te openen. Daartoe heeft Hij Maria vanaf haar eerste begin voorbereid om de Moeder van Jezus te worden. Zij was onbevlekt, dat betekent dat zij niet behept was met de erfzonde die wij allemaal dragen. Zo was zij 'vol van genade'. En door Gods genade is zij haar le...