Doorgaan naar hoofdcontent

13e zondag door het jaar A


 

Het kruis is eigenlijk een wonderlijk iets. Onze kerken hangen er vol mee, het is een mooie traditie om in onze huizen ook een of meerdere kruizen op te hangen en velen van ons dragen ook een kruisje om de nek. Het lijkt bij het interieur te horen en soms misschien meer een modebeeld te zijn. Het laat ook iets anders zien. Het kruis is niet zomaar een mooi symbool, het is een martelwerktuig. Een veroordeelde werd gekruisigd en stierf een langzame en verstikkende dood. Je gunt het je ergste vijand niet.  Aan dat kruis is Christus geslagen en voor ons gestorven. Door die kruisdood én verrijzenis mogen we uitzien naar leven met Hem. Vandaag zegt Jezus dat we ons kruis op moeten nemen. Dat wordt soms weleens negatief uitgelegd. Die christenen met hun kruis dragen, ellende en gedoe. In het leven moet je winnen, jezelf waarmaken. Het kruis lijkt daar het tegenovergestelde te laten zien, maar niets is minder waar.

Er schuilt juist kracht in het opnemen van het kruis. De evangelietekst die wij zojuist lazen komt uit de zendingsrede. Jezus stuurt zijn vrienden op pad en geeft hen het een en ander mee. Vandaag krijgen we het einde van de rede te horen en Jezus houdt aan zijn leerlingen en dus ook aan ons voor dat Zijn weg niet de gemakkelijkste is.  Hij vraagt ons om een keuze te maken. Dit doet Hij met stevige bewoordingen: “Wie meer van zijn ouders of kinderen houdt dan van Mij, is Mij niet waard”. Jezus zet de boel op scherp. Hij vraagt om een keuze te maken en dat brengt nu eenmaal offers met zich mee. De hele zendingsrede is een liefdevolle boodschap, maar de realiteit is dat het niet altijd in goede aarde valt. En dat is soms ook nog best een understatement. Die urgentie onderstreept Jezus vandaag. We moeten ons op Hem richten. Hij vraagt iets radicaals van ons: liefhebben zoals Hij ons heeft liefgehad. Dat is een liefde die niet vooral aan zichzelf denkt, maar een liefde die zichzelf durft weg te schenken. Zoals Hij zichzelf voor ons heeft gegeven aan het kruis. Dat is uiteindelijk wat het betekent om ons kruis op te nemen. Niet het kruis staat centraal, maar Christus. We moeten Christus zo centraal stellen, dat we bereid zijn de offers die daarbij horen te dragen. Het kruis is geen doel op zichzelf. Het wijst ons naar Hem.

Wie Christus centraal zet, ervaart dat het kruis geen doodlopende weg is, maar een weg naar het leven.

Dat is ook wat Paulus ons vandaag voorhoudt in de brief aan de Romeinen. Door de doop zijn wij met Christus gestorven en met Hem verrezen. Zoals we in de doop onder water gaan, komen we er ook weer uit. Het kruis is daarmee meer dan een opdracht. Het laat zien wie wij zijn. Wij horen bij Christus. Zijn weg wordt ook onze weg. Daarom is het kruis niet alleen een opdracht, maar ook een belofte van nieuw leven.

Het kruis roept soms weerstand op. "Altijd weer dat kruis." Liever zeggen we dat we toch ons best doen. We proberen goed te leven, klaar te staan voor anderen en ons geloof vorm te geven. Maar Jezus vraagt vandaag niet allereerst of wij ons best doen. Hij vraagt of Hij werkelijk de eerste plaats in ons leven heeft. Zijn wij bereid Hem te volgen, ook wanneer dat offers vraagt? Ook wanneer het niet de gemakkelijkste weg is?

Het kruis is geen verheerlijking van lijden. Het is de weg waarlangs God leven schenkt. We hoeven er daarom niet bang voor te zijn of ons erdoor te laten verlammen. Het begint ermee dat we eerlijk durven kijken of Christus werkelijk centraal staat in ons leven. Daarom zien we steeds op naar het kruis. Niet als een last die ons neerdrukt, maar als een teken van hoop dat ons helpt vooruit te gaan. Ooit was ik bij iemand die vertelde dat hij Gods aanwezigheid nauwelijks meer ervoer. In zijn huis was het kruis van de muur verdwenen en hadden allerlei andere symbolen de plaats ervan ingenomen. Tijdens ons gesprek ontdekte hij dat dit eigenlijk iets zei over zijn eigen geloofsleven. Hij kon Christus niet meer zien door alle afleiding in zijn leven. Toen het kruis weer een plaats kreeg in huis en Christus opnieuw centraal kwam te staan, ontstond er ook weer ruimte voor gebed en groeide de ervaring van Gods nabijheid. Dat is een uitnodiging voor ons allemaal. Geef Christus opnieuw de eerste plaats. Geef daarom ook het kruis de ruimte, in je huis, in je leven en vooral in je hart. Het mag ons eraan herinneren dat Jezus zijn armen wijd voor ons opent en dat wij altijd weer bij Hem mogen terugkeren. Het kruis is de wegwijzer naar Gods liefde. Durf daarom zonder angst in beweging te komen. Wie Christus centraal zet, zal ervaren dat het kruis geen doodlopende weg is, maar een weg naar het leven. Amen.

Reacties

Populaire posts van deze blog

14e zondag door het jaar C

Een tijd je terug ging in de avond de deurbel bij de pastorie. Ik verwachtte niemand en besloot de bel gewoon te negeren. Er werd nogmaals gebeld, stiekem keek ik even uit het raam en ik zag iemand met een rugzak staan. Het gebeurt vaker dat er aangebeld wordt en men om hulp vraagt, vaak in de vorm van geld voor een treinkaartje, eten of een plek om te slapen. In alle eerlijkheid, ik had er geen zin in. Mooier maken kan ik het niet en ik negeerde de bel. Toen kreeg ik een smsje, doorgestuurd vanaf de Noodtelefoon. De deurbeller had het nummer gevonden en zijn vraag verzonden. Hij bleek een missionaris te zijn die een slaapplek zocht. Mijn motivatie en zeker de gastvrijheid en naastenliefde was nog steeds niet erg hoog, maar ik besloot dat ik hem minstens aan kon spreken; alvorens af te poeieren. De missionaris vertelde dat hij, indachtig het Evangelie van vandaag, zonder spullen door Nederland trok om het Evangelie te leven en te verkondigen. Hij noemde bij een nieuwe orde te horen e...

19e zondag door het jaar C

  In mijn jonge jaren verzamelde ik van alles en nog wat. Een periode waren het steentjes. Als ik dan ging wandelen en een mooi exemplaar vond, sjouwde ik deze met mij mee. Het was dan een bijzondere schat die later in mijn kamertje een plek vond. De kleine verzameling is op een gegeven moment verdwenen. Het was dan ook geen echte schat voor mij, maar gewoon iets dat tijdelijk leuk was. Allemaal hebben we iets wat voor ons belangrijk is. Iets dat je als een schat, als rijkdom beschouwt. Dit kan een object zijn, maar misschien ook wel familie, gezondheid, mooie reizen maken. Iets waar je niet zonder zou kunnen, wat blijvende vreugde schenkt.   Jezus vraagt ons er ook naar: wat is jouw schat? Waar gaat je hart het meest naar uit? Hij zegt: “Waar je schat is, daar zal ook je hart zijn.” En dan gaat Hij nog een stap verder: Hij nodigt ons uit om onze schat niet hier op aarde te verzamelen, maar in de hemel. Want zo leiden we een leven met God. Zo’n leven vraagt ook iets van ons. O...

8 december: Onbevlekte Ontvangenis van de heilige maagd Maria

Op de middelbare school spraken we bij Godsdienst over de maagdelijke geboorte van Christus. Daar werd toen grappend op gereageerd: “Dat is toch niet mogelijk! Rare jongens, die christenen.” Het besef dat voor God niets onmogelijk is, was voor velen op dat moment nog ver weg en is het wellicht nog steeds. Vaak maken we God toch kleiner dan Hij is. Het is dan overzichtelijk en te bevatten. Terwijl als we denken God te begrijpen, dan is er één zekerheid: dan is dat God niet. Hij is zoveel groter.   We mogen het mysterie het mysterie laten blijven. God heeft een plan, vanaf het allereerste begin. Na de zondeval met Adam en Eva waren wij niet meer in staat om bij God uit te komen. God zelf is Mens geworden om die weg weer te openen. Daartoe heeft Hij Maria vanaf haar eerste begin voorbereid om de Moeder van Jezus te worden. Zij was onbevlekt, dat betekent dat zij niet behept was met de erfzonde die wij allemaal dragen. Zo was zij 'vol van genade'. En door Gods genade is zij haar le...