Continu leggen we van alles vast. Op Instagram plaatsen we foto's van wat we doen en eten. Na de vakantie maken we een fotoboek. Bij een concert gaat vaak eerst de telefoon omhoog om alles vast te kunnen leggen. We bewaren kaartjes van bijzondere uitstapjes, schrijven herinneringen op of delen ze met anderen. Het is een mooie manier om een herinnering levend te houden. Je staat als het ware weer bij dat mooie uitzicht of zit weer in die romantische film. Even ben je weer terug bij dat bijzondere moment.
Dat is eigenlijk ook wat we in iedere eucharistieviering
doen. We kijken terug naar wat Jezus tijdens het Laatste Avondmaal deed, hoe
Hij zei: "Dit is mijn Lichaam en mijn Bloed. Blijf dit doen om Mij te
gedenken." Maar de eucharistie is meer dan alleen een herinnering. Hier en
nu mogen wij Christus ontmoeten, die zichzelf nog altijd aan ons geeft. In het
Evangelie horen we vandaag een gedeelte uit de Broodrede van Johannes. Deze
rede begint met de broodvermenigvuldiging. Een grote mensenmassa volgt Jezus en
Hij voedt hen met vijf broden en twee vissen. Dat is natuurlijk een
indrukwekkend wonder en steeds meer mensen trekken achter Hem aan, hopend
opnieuw zoiets mee te maken. Maar dan begint Jezus uit te leggen waar het Hem
werkelijk om gaat. Niet het gewone brood staat centraal, maar Hijzelf. Zijn
Vlees en Bloed zijn werkelijk voedsel en drank. Hij is het Brood dat leven
geeft. Dat klinkt voor de joodse toehoorders bijna onvoorstelbaar en misschien
voor ons ook wel. Het lijkt alsof Jezus spreekt over het eten van mensenvlees.
Dat kan toch niet? In het Evangelie horen we dan ook hoe er onenigheid ontstaat
en mensen met elkaar in discussie raken. Dat is iets van alle tijden. Wanneer
mensen elkaar niet meer begrijpen of niet meer willen verstaan, gaan we langs
elkaar heen praten. Er ontstaan misverstanden, verwijten en uiteindelijk
afstand. De verbinding raakt verloren.
Terwijl in de eucharistie juist die verbinding centraal staat. De eucharistie is geen herinnering aan een afwezige Heer, maar de levende ontmoeting met Christus die zichzelf uit liefde blijft geven.
Christus beweegt namelijk naar ons toe. Ooit hoorde ik het verhaal over een vader en een zoon die zo'n conflict kregen dat het contact helemaal verbroken werd. Een situatie die je niemand gunt. De vader miste zijn zoon verschrikkelijk en vroeg zijn dochter om als een soort bemiddelaar naar haar broer te gaan. Ze moest hem zeggen: "Er zijn over en weer harde woorden gevallen. Laten we allebei over onze schaduw heen stappen. We hoeven het niet over alles eens te zijn. Als we elkaar maar weer ergens in het midden kunnen ontmoeten." De zoon kon dat niet opbrengen. Hij liet zijn zus weten dat hij die stap niet kon zetten. Toen zei de vader: "Laat hem dan maar één stap zetten. Dan zet ik alle andere stappen." Zo is God ook. Wij hoeven niet de hele afstand af te leggen. Als wij een eerste stap zetten, komt Hij ons tegemoet. Dat zien we door de hele Bijbel heen. Vanaf het allereerste begin. Adam en Eva eten van de verboden vrucht en verstoppen zich uit schaamte. Zij durven God niet meer onder ogen te komen. Maar God gaat naar hen op zoek. Hij verbreekt de relatie niet, maar blijft trouw en gaat een verbond met de mens aan.
Misschien herkennen wij ons soms wel in die zoon. Er kan van alles tussen ons en God in staan. Misschien zijn we teleurgesteld omdat ons leven anders loopt dan we hadden gehoopt. Misschien voelen we pijn of twijfel in onze relatie met God. Of misschien hebben we verkeerde keuzes gemaakt en durven we Hem niet onder ogen te komen. Net als Adam en Eva voelen we ons kwetsbaar en verstoppen we ons liever. Misschien vinden we onszelf het zelfs niet waard om de Heer te ontvangen. Er kan veel in ons leven spelen waardoor het ingewikkeld voelt om naar voren te komen en Christus te ontvangen in de eucharistie. Juist dan mogen we, om met paus Franciscus te spreken, ontdekken dat de communie geen prijs is voor de perfecte gelovige, maar een medicijn voor mensen die zoeken, struikelen, vallen en weer opstaan. Voor mensen zoals wij allemaal. Wij hoeven maar een eerste stapje te zetten. God doet de rest.
"Doe dit om aan Mij te denken." Christus blijft
ons daartoe uitnodigen. Hij vraagt ons om een eerste stap te zetten, om in
beweging te komen. Eigenlijk leren we dat in iedere eucharistieviering opnieuw.
Als christenen mogen we leven vanuit een eucharistische houding, vanuit
dankbaarheid. Het begint niet bij onszelf, maar bij God. Daarom beginnen we de
Mis ook met een moment van inkeer. We kijken eerlijk naar onszelf en zien waar
we Gods barmhartigheid nodig hebben. Niet om onszelf klein te maken, maar om te
ontdekken waar we mogen groeien in liefde. Daarna loven en prijzen we God. Niet
omdat alles in ons leven goed gaat, maar omdat God goed is en ons nooit
loslaat. Vervolgens brengen we onze gebeden bij Hem. We zien wat er leeft in de
wereld, in onze eigen omgeving en in ons eigen hart en leggen dat in Gods
handen. Zo leert iedere Mis ons hoe wij mogen leven. Niet vanuit wat wij
allemaal moeten doen, maar vanuit wat God ons eerst geeft. Met open handen
mogen wij ontvangen, zodat wij zelf ook een gave kunnen worden voor anderen.
Amen.
Reacties
Een reactie posten