Doorgaan naar hoofdcontent

21ste zondag door het jaar C

Het hiernamaals heeft veel kunstenaars geïnspireerd; boeken zijn volgeschreven, prachtige schilderijen zijn gemaakt en films verschenen. Allemaal proberen ze er een beeld van te schetsen en waarschijnlijk schiet al onze fantasie tekort. Veel mensen denken na over wat er straks komt. Zullen we onze geliefden weer zien? Is het een betere plaats? Vindt er een oordeel plaats en hoe dan? Sommigen kijken er verwachtingsvol naar uit en anderen zijn bang. Zij hebben vrees voor het onbekende. Eigenlijk zijn het allemaal vragen waar geen antwoord op te geven is. Terwijl er soms heel makkelijk stellige antwoorden klinken. Hier schuilt dan vaak toch een waardeoordeel in en dan juist vaak over hoe anderen hun leven invullen. Dat is makkelijker dan naar onszelf kijken. Terwijl wij in alle gevallen het oordeel mogen over laten aan God; het komt namelijk Hem toe.

In het evangelie zijn we met Jezus en zijn leerlingen onderweg. Jezus krijgt dan de vraag of het er weinig zijn die gered worden. Een vraag die klinkt alsof iemand een rekensom wil maken: hoeveel zijn het er? Hoe groot is de kans dat ik erbij hoor? Jezus geeft geen theoretisch antwoord. Hij gaat niet rekenen, maar keert de vraag om: “Span je in om door de nauwe deur binnen te gaan.” Met andere woorden: maak je niet druk over de aantallen, maar kijk naar je eigen weg. Doe je best om God te zoeken en te volgen. De gestelde vraag is kenmerkend voor die tijd. Men ging er vanuit dat er maar een klein clubje het hiernamaals kon bereiken en dat kleine clubje moest ook nog joods zijn. Jezus trekt het gelukkig breder. De weg ligt open voor iedereen. Het is alleen niet genoeg om Hem te kennen, of ooit bij Hem in de buurt te zijn geweest. Jezus stelt dat we ons in moeten spannen. We zullen ons best moeten doen. Wel kan iedereen aansluiten. God sluit namelijk niemand uit. 

Het is alleen geen automatisme. Het is niet genoeg om een lidmaatschapskaart te hebben en je contributie netjes over te maken. We zullen er ook iets voor moeten doen. Ons geloof handen en voeten geven. Zelf heb ik jaren de sportschool gesponsord. Ik betaalde trouw, maar ging nooit. Dan gebeurt er ook niets. De conditie wordt er echt niet beter van. Daar is inzet, hard werken en trainen voor nodig. Dat geldt ook voor ons geloof. Het is fijn om bij de club te horen, maar ook daar is inzet bij nodig. We mogen groeien door in relatie te staan met de Heer. Door samen te bidden, Gods Woord tot ons te nemen, te leven vanuit de sacramenten en ons geloof handen en voeten te geven met daden van liefde. Trainen, trainen, trainen en dan ligt er iets goed in het verschiet.

Het klinkt ook door in het visioen uit Jesaja, dat we lazen in de eerste lezing. Hierin horen we hoe iedereen geroepen wordt om Gods glorie te aanschouwen. God kiest niet alleen uit het volk Israël, maar uit alleen die gespaard zijn gebleven. Dit kunnen we verstaan als iedereen die trouw is gebleven door gerechtigheid te doen. Iedereen is welkom, er is ruimte zat. We zullen alleen wel mee moeten werken met die genade. Wij hoeven daarbij geen lijstjes te maken voor Onze Lieve Heer. God kijkt namelijk altijd breder. Paus Franciscus haalde dit een paar jaar geleden bij de Wereldjongerendagen aan, toen hij riep:  “todos, todos, todos”; "iedereen, iedereen, iedereen". Hij zei dat er in de Kerk plaats is voor iedereen. Voor mensen die fouten maken, die vallen en het moeilijk hebben.  Hij voegde eraan toe: “De Heer wijst niet met de vinger, maar opent zijn armen wijd.”

Gods Kerk heeft ruimte voor iedereen. Al is het makkelijk gezegd en heeft niet iedereen deze ervaring. Er zijn genoeg medegelovigen die zich niet gezien of welkom voelen. Mensen die denken dat ze niet voldoen aan bepaalde maatstaven. Of die het gevoel hebben dat hun vragen en hun leven niet passen binnen het plaatje. Soms lijkt het alsof wij er als kerk ook aan mee doen.

Daar mogen we samen aan werken, door steeds weer te leren kijken met Gods ogen. Dit kunnen we doen door het goede in de ander te zien. Al te makkelijk gaat de aandacht uit naar wat er ontbreekt of anders zou moeten. Laten we ook proberen anders te kijken en te zien dat de ander ook Gods geliefde kind is. Wat van dat goede kunnen wij dan onderscheiden? Als we zo kijken kunnen we ook met elkaar onderweg zijn. Dan durven we de ander te ontmoeten waar hij of zij is. Zo kunnen we met elkaar een stukje oplopen en het leven delen. Dan kunnen we vervolgens ook leven vanuit de liefde, met het dubbelgebod als richtsnoer. Door het doopsel zijn we al lid van de club. Maar dat is pas het begin. Nu is het aan ons om het geloof ook zichtbaar te maken in ons leven: door te kijken, te handelen en te doen zoals Christus ons voorhoudt. Als we daar samen in groeien, wordt de nauwe deur niet een beklemmende toegang, maar een poort naar het Leven. Leven in Gods genadevolle en onuitputtelijke Liefde. Amen.


Afbeelding: "De hemel". Gravure van Gustave Doré, illustratie bij Dante's Goddelijke komedie. Via: wikipedia.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Heilige Drie-eenheid

  Heilige Drie-eenheid   Nu we richting de zomer bewegen en het weer een beetje meewerkt heb ik iets meer oog voor het schone van de natuur. Ooit hoorde ik een verhaal over zonnebloemen. Deze zouden richting de zon groeien en als dat niet mogelijk is, dan draaien ze naar elkaar toe. Uiteraard zou dat laatste heel goed een broodje aap verhaal kunnen zijn, maar de gedachte is natuurlijk mooi dat zij zo op elkaar gericht zijn. Ook wij als mensen zijn gericht op elkaar. We zijn sociale wezens en hebben sociale contacten nodig. Dat lijkt in onze tijd steeds makkelijker te worden. Velen van ons hebben vaak een scherm voor zich en daarmee lijkt de hele wereld binnen handbereik. Relaties worden vorm gegeven via een beweging naar links of rechts en continue kan je zien waar jouw vrienden mee bezig zijn. Het klinkt ideaal, maar het is niet. Laatst meldde Eenvandaag [1] dat de eenzaamheid onder jongeren juist toeneemt door het gebruik van social media. Het klinkt tegenstrijdig, m...

14e zondag door het jaar C

Een tijd je terug ging in de avond de deurbel bij de pastorie. Ik verwachtte niemand en besloot de bel gewoon te negeren. Er werd nogmaals gebeld, stiekem keek ik even uit het raam en ik zag iemand met een rugzak staan. Het gebeurt vaker dat er aangebeld wordt en men om hulp vraagt, vaak in de vorm van geld voor een treinkaartje, eten of een plek om te slapen. In alle eerlijkheid, ik had er geen zin in. Mooier maken kan ik het niet en ik negeerde de bel. Toen kreeg ik een smsje, doorgestuurd vanaf de Noodtelefoon. De deurbeller had het nummer gevonden en zijn vraag verzonden. Hij bleek een missionaris te zijn die een slaapplek zocht. Mijn motivatie en zeker de gastvrijheid en naastenliefde was nog steeds niet erg hoog, maar ik besloot dat ik hem minstens aan kon spreken; alvorens af te poeieren. De missionaris vertelde dat hij, indachtig het Evangelie van vandaag, zonder spullen door Nederland trok om het Evangelie te leven en te verkondigen. Hij noemde bij een nieuwe orde te horen e...

19e zondag door het jaar C

  In mijn jonge jaren verzamelde ik van alles en nog wat. Een periode waren het steentjes. Als ik dan ging wandelen en een mooi exemplaar vond, sjouwde ik deze met mij mee. Het was dan een bijzondere schat die later in mijn kamertje een plek vond. De kleine verzameling is op een gegeven moment verdwenen. Het was dan ook geen echte schat voor mij, maar gewoon iets dat tijdelijk leuk was. Allemaal hebben we iets wat voor ons belangrijk is. Iets dat je als een schat, als rijkdom beschouwt. Dit kan een object zijn, maar misschien ook wel familie, gezondheid, mooie reizen maken. Iets waar je niet zonder zou kunnen, wat blijvende vreugde schenkt.   Jezus vraagt ons er ook naar: wat is jouw schat? Waar gaat je hart het meest naar uit? Hij zegt: “Waar je schat is, daar zal ook je hart zijn.” En dan gaat Hij nog een stap verder: Hij nodigt ons uit om onze schat niet hier op aarde te verzamelen, maar in de hemel. Want zo leiden we een leven met God. Zo’n leven vraagt ook iets van ons. O...