Leren fietsen gaat niet vanzelf, dat heb ik zelf mogen ervaren. Mijn vader gaf mij dan een flink zetje in de rug en al slingerend eindigde ik tegen een paaltje of op de grond. Remmen was namelijk ook nog ingewikkeld. Toen verwachtte ik nooit dat ik het ooit zou leren. Je doet zoveel dingen tegelijk: evenwicht bewaren, vaart maken en ook nog proberen om niemand te raken. En toch, door te oefenen, door te vallen en weer op te staan, leer je het en denk je er op een gegeven moment niet meer bij na. Het gaat dan als vanzelf. Je ergens in ontwikkelen vraagt om inzet, tijd en soms een beetje bloed, zweet en tranen. Dat geldt voor iets als leren fietsen, maar eigenlijk voor het hele leven: als je gaat studeren, je carrière vormgeeft of ontdekt hoe je in relaties staat. Het leven is eigenlijk een grote leerschool waarin jij je blijft ontwikkelen. Soms gaat dat goed en zie je een duidelijke lijn, terwijl het op andere momenten helemaal niet gaat zoals jij verwacht. Je krijgt een “nee” te horen of iets loopt verkeerd. Ook dat hoort bij die leerschool en kan je de mogelijkheid geven om je verder te ontwikkelen. Als alles gemakkelijk loopt en zonder moeite lijkt te gaan, neem je het al snel voor lief. Rust roest. Juist wanneer iets moeite kost en om inzet vraagt, moet je opnieuw zoeken, durf je vragen te stellen en ontdek je hoe je verder kunt. Dit geldt ook voor ons gelovig leven, want ook dat is een leerschool. We kunnen de mooiste gedachten hebben over onze relatie met de Heer, maar soms lukt het bidden niet. Of je komt erachter dat er in kerken ook zaken misgaan, je ervaart misverstanden of loopt tegen weerstand aan. Dat roept de vraag op hoe je daarmee omgaat: haak je dan af of zet je door?
Diezelfde worsteling zien we vandaag terug in het evangelie. Jezus is op reis en laat zijn vertrouwde omgeving achter zich. In de eerdere verzen zien we hoe zijn volksgenoten Hem niet lijken te willen begrijpen. Hierbij citeert Jezus uit de profeet Jesaja als Hij zegt: “Dit volk eert Mij met de lippen, maar hun hart is ver van Mij.” Jezus vertrekt en is vandaag als het ware in het “buitenland”, in het gebied van Tyrus en Sidon. Daar wordt Hij aangesproken door een vrouw die niet tot het volk Israël behoort, maar die Hem wel herkent wanneer zij Hem aanspreekt als Zoon van David. Ze vraagt om hulp voor haar bezeten dochter en dan laat Jezus iets zien wat we niet zo goed van Hem herkennen: Hij lijkt haar te negeren. Ze ontvangt niet het antwoord waarop zij hoopt en toch blijft ze het proberen. De leerlingen vragen op een gegeven moment zelfs aan Jezus om haar weg te sturen, maar Jezus antwoordt dat Hij gezonden is naar de verloren schapen van het huis van Israël. Ook dan haakt ze niet af, maar knielt ze voor Hem neer en zegt: “Heer, help mij.” Dan volgt dat moeilijke beeld over het brood voor de kinderen dat niet voor de honden bedoeld is. Vergeleken worden met een hond is nooit een compliment geweest en hier had zij weg kunnen lopen zonder dat iemand haar dat kwalijk had genomen. Ze had Jezus misschien flink de waarheid kunnen zeggen of met Hem in discussie kunnen gaan, maar dat doet ze allemaal niet. Ze volhardt en blijft haar vraag stellen: want zelfs een kruimeltje is genoeg. Waarop Jezus tegen haar zegt: “Vrouw, uw geloof is groot!” Juist in zijn eigen omgeving lijken mensen niet te begrijpen wie Jezus is, terwijl Hij hier in het buitenland wordt herkend door een vrouw die zich aan Hem blijft vasthouden.
Volharding helpt ons groeien in geloven. Deze vrouw is daar een mooi voorbeeld van, want ze geeft niet op en zoekt tegelijkertijd ook niet de strijd, maar blijft nederig vragen. In alle moeilijkheden keert zij zich niet van Jezus af, maar blijft zij het contact met Hem zoeken. Volharding betekent niet dat je tegen de klippen op moet blijven rennen totdat jij je zin krijgt en het is ook geen doorgaan tegen beter weten in. Hetzelfde geldt voor haar nederigheid, want nederig zijn wil niet zeggen dat je dan maar moet stoppen met vragen. Deze vrouw laat juist zien dat nederigheid en volharding heel goed samen kunnen gaan: je hoeft je eigen gelijk niet te bevechten en tegelijkertijd hoef je Jezus niet los te laten. Het is: niet strijden, maar volhouden.
Toch lijkt het misschien wel een beetje op doordrammen wat deze mevrouw doet, alsof je gewoon net zo lang moet proberen totdat jij je zin krijgt. Ze vraagt en wordt genegeerd, ze vraagt opnieuw en ontmoet weerstand, maar ze houdt vol en uiteindelijk wordt haar dochter genezen. Allemaal kennen we wel situaties waarin Jezus als het ware van het kruis gebeden wordt, moeilijke momenten waarin Gods steun gezocht wordt, maar stilte jouw deel lijkt te zijn. Misschien krijg je wel een antwoord, maar is dat toch een ander antwoord dan je had verwacht. Hebben we dan onvoldoende ons best gedaan? Hadden we langer moeten bidden, meer moeten geloven of nog wat harder moeten volhouden? Wat deze vrouw doet, is geen drammen en Jezus verhoort haar ook niet om uiteindelijk maar van “het gezeur” af te zijn. De groei zit ergens anders, want zij vraagt zonder te eisen. Daarmee stelt zij ook een vraag aan ons: kunnen wij vol vertrouwen bidden, zonder aan God de routekaart mee te geven hoe Hij het volgens ons moet oplossen? Zij volhardt vol vertrouwen, maar probeert niet zelf de uitkomst te bepalen. Ze laat haar geloof spreken en juist daarop spreekt Jezus haar aan wanneer Hij zegt: “Uw geloof is groot.”
Voor ons klinkt hier een drieslag in door: vragen, volhouden
en vertrouwen. Deze mevrouw houdt haar nood niet voor zichzelf, maar deelt die
met Jezus. Doen wij dat ook? Delen wij met Hem wat er in ons leven speelt, onze
vragen en onze twijfels, ook wanneer we niet weten wat het antwoord zal zijn? Daarna
is het een kwestie van volhouden en niet onmiddellijk afhaken wanneer het stil
lijkt te zijn. Misschien hebben we soms meer tijd nodig en leren we juist in
die stilte dat we het leven niet in eigen hand hebben. Dat betekent niet dat we
onze vragen moeten inslikken, maar dat we ermee bij God mogen blijven komen. En
dan is er het vertrouwen, en misschien is dat wel het moeilijkste. Niet
vertrouwen omdat we zeker weten dat het antwoord precies zo zal worden als wij
het willen, en ook niet doen alsof ieder antwoord gemakkelijk te begrijpen of
te aanvaarden is, maar vertrouwen dat we onze vragen bij God mogen blijven
brengen en Hem niet hoeven los te laten wanneer we het antwoord niet begrijpen.
Deze vrouw wist aan het begin van haar ontmoeting met Jezus ook niet hoe die
zou aflopen. Ze stelde haar vraag, ontmoette weerstand en bleef zich toch aan
Hem vasthouden. Misschien brengt ons dat uiteindelijk wel terug bij dat leren
fietsen uit het begin. Terwijl je
slingerend probeert overeind te blijven, weet je nog niet dat je later zonder
erbij na te denken op de fiets zult stappen. Je probeert, je valt en je staat
weer op. Juist gaandeweg leer je wat je aan het begin nog niet kon. Misschien
gaat geloven nooit helemaal vanzelf en blijven er vragen, stiltes en momenten
waarop het anders loopt dan wij hadden verwacht. Juist dan mogen we blijven
vragen, volhouden en vertrouwen, zonder vooraf te bepalen hoe Gods antwoord
eruit moet zien. Want volharding helpt ons groeien in geloven. Amen.
Afbeelding: Christ and the Canaanite Woman, Jean Germain
Drouais (1784), via wikipedia

Reacties
Een reactie posten