Doorgaan naar hoofdcontent

21e zondag door het jaar

 


Mijn huis lijkt steeds meer op een museum. Er staan meerdere beelden van heiligen. Elk beeld vertelt zo zijn eigen verhaal. Sommige heb ik gekregen van goede vrienden, andere bij bijzondere gelegenheden, of ik heb ze ergens op de kop getikt. Die beelden staan er niet om te aanbidden, dat doen wij katholieken natuurlijk niet. Het zijn afbeeldingen van gewone mensen, zoals u en ik, die Jezus hebben nagevolgd. Niet altijd volmaakt, maar in hun leven hebben zij, ieder op hun eigen manier, iets van Gods liefde zichtbaar gemaakt. Daarmee zijn zij als het ware vensters op Gods liefde. Ze laten iets van God zien. Johannes van Damascus zei het eeuwen geleden al heel mooi: "Ik aanbid niet de materie, maar de Schepper van de materie, die materie geworden is omwille van ons." Zo heb ik ook verschillende afbeeldingen van Jezus, in verschillende soorten en maten. Zoals bijvoorbeeld het Kindje Jezus, het Heilig Hart en natuurlijk een kruisbeeld. Mijn favoriet is denk ik een beeld van een verfomfaaide man, liggend op een bankje. Hij ligt verscholen onder een deken en zijn gezicht is niet zichtbaar. Wel steken zijn voeten onder de deken uit, waarin de kruiswonden duidelijk zichtbaar zijn. Het is een prachtig beeld: Homeless Jesus. Het laat mij zien dat we Christus kunnen ontmoeten in mensen aan wie we misschien zomaar voorbijlopen. Zo leggen al die beelden andere accenten, maar tonen ze wel dezelfde Christus. Geen enkel beeld geeft het volledige beeld van Onze Lieve Heer. Dat is juist ook de kracht, want al ons denken en spreken over God schiet uiteindelijk tekort. Toch hebben we allemaal ons eigen beeld van wie Jezus is. En daarom klinkt die vraag uit het Evangelie ook steeds opnieuw voor ons.

Dit gesprek vindt vandaag op een bijzondere plek plaats. We bevinden ons bij Caesarea van Filippus, in het uiterste noorden van Israël. Een gebied waar veel mensen de God van Israël niet vereerden. Er waren daar in de loop van de geschiedenis verschillende goden vereerd. Baäl, later de Griekse god Pan en in de tijd van Jezus stond er ook een tempel ter ere van keizer Augustus. Ook de keizer kreeg goddelijke eer. Juist op die plek, waar zoveel verschillende goden en machten om aandacht vragen, vraagt Jezus eerst aan zijn leerlingen wie Hij volgens de mensen is. Met andere woorden: "Wat hoor je over Mij?" De antwoorden zijn niet eens zo gek: Johannes de Doper, Elia, Jeremia of een van de profeten. De mensen hebben blijkbaar wel door dat er iets bijzonders met Jezus aan de hand is. Dat Hij in ieder geval namens God spreekt. Vervolgens maakt Jezus het persoonlijk als Hij vraagt: "Maar gij, wie zegt gij dat Ik ben?" Simon Petrus antwoordt: "Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God." Jezus grijpt vervolgens terug op zijn naam: Petrus, rots, en zegt: "Op deze steenrots zal Ik mijn Kerk bouwen." Te midden van alle stemmen en afleiding die ook onze wereld ons biedt, klinkt diezelfde vraag aan ons: wie zeg jij dat Ik ben?

We hebben allemaal een beeld van Jezus, maar de vraag is of dat beeld ook recht doet aan wie Hij werkelijk is. Dat zien we heel duidelijk terug in onze geloofsbelijdenis. Zeker wanneer we de uitgebreide geloofsbelijdenis van Nicea-Constantinopel bidden. Daar wordt heel precies gesproken over wie Jezus is:
"Jezus Christus,
de eniggeboren Zoon van God,
vóór alle tijden geboren uit de Vader.
God uit God, licht uit licht,
ware God uit de ware God.
Geboren, niet geschapen,
één in wezen met de Vader."

Dat klinkt heel precies, en dat is het ook. Ieder woord staat er met een reden. In de eerste eeuwen moest de Kerk steeds opnieuw onder woorden brengen wat zij vanaf het begin over Jezus geloofde. Christenen dachten daarover na, spraken er samen over en gingen erover in gebed. Er ontstonden verschillende opvattingen. Sommige bevatten een gedeelte van de waarheid, andere zaten er fundamenteel naast. Want Jezus wordt al snel te klein gemaakt. Als we Hem alleen zien als een goed mens, een profeet, een leraar of een voorbeeld, dan zeggen we misschien iets wat waar is, maar we zeggen niet genoeg. Hij is de Christus, de Zoon van de levende God. Even verder belijden we dat Hij voor ons mensen en omwille van ons heil uit de hemel is neergedaald en mens is geworden. Werkelijk God en werkelijk mens. De geloofsbelijdenis beperkt Jezus dus niet, maar bewaart juist de volheid van wie Hij is. 

Toch is het verleidelijk om vooral vanuit onze eigen blikrichting naar Jezus te kijken. Onze persoonlijke ervaring of ons eigen beeld wordt dan ongemerkt de maatstaf. Voor de één is Jezus vooral barmhartig en sociaal bewogen. Voor een ander streng en veeleisend. Weer een ander ziet Hem als revolutionair, als leraar of juist als degene die geneest en troost. Daar kan allemaal iets waars in zitten. Het gevaar ontstaat wanneer we Onze Lieve Heer voor ons eigen karretje gaan spannen. Wanneer we alleen nog die Jezus willen zien die past bij wat wij zelf belangrijk vinden. Dan maken wij Jezus uiteindelijk naar ons eigen beeld, zoals wij Hem nodig hebben. De Heer vraagt niet: "Wie zou jij willen dat Ik ben?" Hij vraagt: "Wie zeg jij dat Ik ben?"

Daarom hebben we de Kerk nodig. Het is opvallend dat Jezus de geloofsbelijdenis van Petrus direct met de Kerk verbindt: "Op deze steenrots zal Ik mijn Kerk bouwen." Geloven is geen persoonlijke hobby. Het begint ook niet bij onszelf en ook niet opnieuw bij iedere nieuwe generatie. We staan in een lijn van tweeduizend jaar waarin Schrift en Traditie ons helpen om steeds verder te groeien in het geloof. De Kerk is daarin de plaats waar ons eigen beeld van Jezus steeds opnieuw getoetst en verdiept wordt. Dat betekent niet dat we geen vragen mogen stellen. Integendeel, vragen stellen is nodig. Het voorkomt juist dat we vastroesten in ons eigen gelijk. Maar we stellen die vragen niet vanuit het luchtledige. We staan op een stevig fundament. Tegelijkertijd moeten we ook bescheiden blijven. Want hoe zorgvuldig we ook spreken over God, Hij blijft altijd groter. Paulus zegt het vandaag in de Romeinenbrief: "O diepte van Gods rijkdom, wijsheid en kennis! Hoe ondoorgrondelijk zijn zijn beslissingen, hoe onnaspeurlijk zijn wegen!" Geen enkel beeld dat wij van Jezus maken is volledig. Het Kindje Jezus niet. Het Heilig Hart niet. Het kruisbeeld niet. Ook die dakloze Christus op het bankje niet. Ze laten allemaal werkelijk iets van Hem zien, maar geen enkel beeld zegt alles. Dat geldt uiteindelijk ook voor het beeld dat wij zelf van Jezus hebben. Daarom blijft die vraag steeds opnieuw klinken: "Maar gij, wie zegt gij dat Ik ben?" Samen met Sint-Petrus, en met de Kerk van alle eeuwen, mogen wij antwoorden: "Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God." Amen.


Afbeelding: Homeless Jesus, a sculpture by Canadian artist Timothy Schmalz, lays outside St. James United Church. Via: Wikipedia.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Heilige Drie-eenheid

  Heilige Drie-eenheid   Nu we richting de zomer bewegen en het weer een beetje meewerkt heb ik iets meer oog voor het schone van de natuur. Ooit hoorde ik een verhaal over zonnebloemen. Deze zouden richting de zon groeien en als dat niet mogelijk is, dan draaien ze naar elkaar toe. Uiteraard zou dat laatste heel goed een broodje aap verhaal kunnen zijn, maar de gedachte is natuurlijk mooi dat zij zo op elkaar gericht zijn. Ook wij als mensen zijn gericht op elkaar. We zijn sociale wezens en hebben sociale contacten nodig. Dat lijkt in onze tijd steeds makkelijker te worden. Velen van ons hebben vaak een scherm voor zich en daarmee lijkt de hele wereld binnen handbereik. Relaties worden vorm gegeven via een beweging naar links of rechts en continue kan je zien waar jouw vrienden mee bezig zijn. Het klinkt ideaal, maar het is niet. Laatst meldde Eenvandaag [1] dat de eenzaamheid onder jongeren juist toeneemt door het gebruik van social media. Het klinkt tegenstrijdig, m...

3e zondag van Pasen

  Als jij je uitspreekt voor het goede, kan dat natuurlijk geen tegenstand oproepen. Hoop ik. Noem mij maar naïef, maar daar ga ik toch maar vanuit. Dat de realiteit een andere is merkte ik toen Paus Leo zich uitsprak voor de vrede. Hij houdt ons voor dat we ons daarop moeten richten en dat met oorlog geen vrede bereikt kan worden. Een boodschap waar je niet tegen kan zijn, maar dan hadden we buiten president Trump gerekend. Wellicht voelde hij zich aangesproken, want hij sprak zich meer dan kritisch uit over de paus. Alsof de Kerk zich daarover niet mag uitspreken. Paus Leo doet niet anders dan wat hij moet doen; profetisch spreken. Het is juist de taak van de Kerk, van de paus en van ons allemaal om een ander geluid te laten horen. Om vredebrengers te zijn. Dat is niet alleen een opdracht voor onze paus en de bisschoppen maar voor het hele Gods Volk, als gelovigen hebben wij de roeping om de vrede dichterbij te brengen. Zalig zijn de vredestichters. Die vrede zullen we eerst in...

Dodenherdenking

Jezus zei tegen zijn vrienden: “Ik laat jullie vrede na; mijn vrede geef Ik jullie, zoals de wereld die niet geven kan. Maak je niet ongerust en verlies de moed niet” ( Joh. 14, 27 ). Deze Bijbelse woorden klinken in iedere katholieke viering weer opnieuw. Voordat we de Eucharistie, het heilig Brood ontvangen, wensen we elkaar de vrede van Christus toe. We geven elkaar daarbij een hand en spreken die wens uit. Soms zal het best weleens op de automatische piloot gaan, maar het is een belangrijk moment. Voordat we Christus kunnen ontvangen in de Eucharistie moeten we in vrede leven en dat ook delen met de mensen om ons heen. Het is geen bijzaak en veel meer dan een mooi ritueel. Het raakt aan de kern. We kunnen Gods liefdevolle geschenk pas echt ten diepste ontvangen als we afstand nemen van verwijten, boosheid en onvrede. Die vrede is essentieel. Christus zegt zijn vrienden deze vrede aan op een moment dat alle zekerheden onder druk staan. We bevinden ons rond het Laatste Avondmaal. H...