Als christen
ontvang je eigenlijk nooit een diploma waarop staat dat je klaar bent.
Misschien heb je ooit een oorkonde gekregen van je doop of je eerste H.
Communie, maar er komt nooit een eindexamen met een leuke diploma-uitreiking:
zo, nu mag je als leerling van de Heer de wijde wereld in, want je bent helemaal
klaar! Dat komt natuurlijk omdat we nooit uitgeleerd zijn. Of je nu pas
katholiek bent geworden of al je hele leven naar de kerk gaat: leerling blijven
we. Geloven is namelijk een weg die we ons hele leven gaan. Wat je als kind
heel vanzelfsprekend vond, kan later ineens vragen oproepen. Wat je op je
dertigste bezighoudt, kan op je zeventigste weer heel anders zijn. Niet omdat
wat je eerder geloofde verkeerd was, maar omdat ons geloof zich verdiept. Heel
ons leven mogen we ons daarom door Christus bij de hand laten nemen. We blijven
leerling van de Heer.
In het
Evangelie gaan we eigenlijk verder waar we vorige week gebleven zijn. Jezus en
zijn leerlingen zijn in de omgeving van Caesarea van Filippus. Een gebied waar
allerlei goden vereerd worden en naast elkaar bestaan. Juist daar stelt Jezus
zijn leerlingen die belangrijke vraag: “Wie zeggen jullie dat Ik ben?” Petrus
geeft het goede antwoord: “Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God.”
Jezus noemt Petrus de rots waarop Hij zijn Kerk zal bouwen. Vandaag blijkt dat
het goede antwoord kennen nog iets anders is dan werkelijk verstaan wat het
betekent. Jezus vertelt zijn leerlingen dat Hij naar Jeruzalem moet gaan, dat
Hij daar veel zal moeten lijden, ter dood zal worden gebracht en op de derde
dag zal verrijzen. Petrus verzet zich onmiddellijk. Dat kan niet. Dat mag niet
gebeuren. Het past niet bij zijn beeld van de Christus, de Messias. Men
verwachtte een Messias die zou overwinnen, die de leiding zou nemen en Israël
zou herstellen. Nu zegt Jezus dat zijn weg door lijden en dood zal gaan. Jezus
spreekt vervolgens duidelijke taal tegen Petrus: “Achter Mij!” Hij wordt
letterlijk op zijn plek gezet. Niet vóór Jezus, om Hem te vertellen welke weg
Hij moet gaan, maar achter Hem. Als leerling achter de leraar aan. Petrus weet
wie Jezus is, maar hij moet nog leren verstaan wie die Jezus werkelijk is. Zijn
beeld moet worden bijgesteld.
Jezus nodigt
ons steeds uit om Hem dieper te leren kennen en beter te verstaan. Daarvoor
moet soms ook ons denken worden vernieuwd. Paulus zegt het vandaag in de tweede
lezing: “Laat u omvormen […] om te kunnen onderscheiden wat de wil van God is.”
Dat vraagt nogal wat. Want ook wij kunnen behoorlijk vastzitten in onze eigen
ideeën over God en geloven. “Dit is hoe het heurt en al het andere…” tsja. Daarmee
bestaat het risico dat we Christus voor ons eigen karretje spannen. Dat wij
eigenlijk al precies weten wat Hij van ons verlangt en vervolgens verwachten
dat Hij onze ideeën bevestigt. Geloven kan dan ongemerkt zelfs iets van een
prestatie krijgen. Als ik het goede doe, dan zal God toch ook wel goed voor mij
zorgen? God houdt geen telraam bij. Geloven is geen rekensom waarin we
voldoende goede werken bij elkaar optellen en God vervolgens gaat plussen en
minnen. Juist daarom spreekt Paulus over het vernieuwen van ons denken. Als
leerling moet je bereid zijn om je te laten vormen. Om soms te ontdekken dat
Christus andere wegen inslaat dan je zelf zou bedenken. Dat ontdekt Petrus
vandaag. En vroeg of laat ontdekken wij dat ook, want het leven gaat niet
altijd zoals wij graag zouden willen.
Dat merken we
misschien wel het sterkst wanneer het leven moeilijk wordt. Als we
geconfronteerd worden met pijn en verdriet. Dan komen vanzelf de grote vragen.
Waarom gebeurt dit? Hoe kan een liefdevolle God dit toestaan? Dat zijn terechte
vragen. De Bijbel staat er vol mee. Een sluitend antwoord krijgen we alleen
niet. In ieder geval geen antwoord dat werkelijk recht doet aan de
ingewikkeldheid en de pijn van het leven. Het is dan ontzettend makkelijk om
met vrome antwoorden te komen. “God zal wel voorzien”, of: “Misschien wordt je
geloof getest”. Die antwoorden kunnen meer pijn doen dan goed. Soms is er
gewoon verdriet. Soms is er pijn en machteloosheid. Soms is het leven
ontzettend oneerlijk. En dan helpt het niet om dat meteen te willen verklaren. We
hebben in ons leven allemaal een kruis te dragen. Voor ieder van ons ziet dat
kruis er anders uit. Juist wanneer we daarmee geconfronteerd worden, kunnen ook
onze vertrouwde beelden van God gaan wankelen. Juist daar komt opnieuw de vraag
van Jezus naar boven: Wie ben Ik voor jou? Wie is Christus voor mij wanneer Hij
niet aan mijn verwachtingen beantwoordt? Wanneer Hij mijn problemen niet zomaar
oplost? Wanneer mijn oude antwoorden niet meer voldoen?
Daarmee hoeven
we het lijden niet te verheerlijken. Het christelijk geloof vraagt niet dat we
het lijden opzoeken om het lijden. Pijn blijft pijn en verdriet blijft
verdriet. Die moeilijke momenten kunnen wel plaatsen worden waar ons geloof
zich verdiept. De heilige Johannes van het Kruis spreekt daarover als hij
schrijft over de Donkere nacht. Hij kende zelf periodes waarin de vertrouwde
ervaring van Gods nabijheid wegviel. Waarin God afwezig kon lijken en de
zekerheden waarop hij vertrouwde hem werden ontnomen. Voor Johannes betekent
zo'n donkere nacht niet dat God verdwenen is. Het is een weg van loutering. Al
het vertrouwde, zelfs de zekerheden waaraan we ons in ons geloof vasthouden,
kunnen wegvallen. Niet opdat er niets overblijft, maar opdat we God steeds meer
leren ontvangen zoals Hij is en niet alleen zoals wij Hem graag zouden willen
zien. Misschien gebeurt daar wel iets van wat Petrus vandaag moet leren. Petrus
kent Jezus. Maar wanneer die Christus anders blijkt te zijn dan hij had
verwacht, moet Petrus opnieuw leerling worden. Hij moet zijn eigen beeld
loslaten om Jezus verder te kunnen volgen. Dat kan ook ons gebeuren. Wanneer
het leven ingewikkeld wordt, staan godsbeelden onder druk. Dat betekent niet
dat Christus verdwenen is. Hij is juist ook daar waar wij Hem het hardst nodig
hebben. Christus kent zelf de weg van het lijden. Hij kent het kruis. Hij staat
daarom niet op afstand, maar blijft ons nabij. Soms merken we dat door de
mensen die bij ons blijven of ons misschien juist wel verrassen. Soms duurt het
heel lang voordat we achteraf iets van zijn aanwezigheid kunnen herkennen. Juist
daar kunnen we Hem opnieuw leren kennen. Niet omdat het lijden goed is, maar
omdat Christus ook daar aanwezig is. Daarin blijven we dus leerling. Steeds
opnieuw mogen we ons door Christus bij de hand laten nemen en ontdekken wie Hij
werkelijk is. Ook wanneer Hij anders blijkt te zijn dan wij hadden gedacht. Amen.
Afbeelding: James
Tissot (1836-1902), “Get Behind Me, Satan” (photo: Public Domain)
Reacties
Een reactie posten