Doorgaan naar hoofdcontent

22e zondag door het jaar A


Als christen ontvang je eigenlijk nooit een diploma waarop staat dat je klaar bent. Misschien heb je ooit een oorkonde gekregen van je doop of je eerste H. Communie, maar er komt nooit een eindexamen met een leuke diploma-uitreiking: zo, nu mag je als leerling van de Heer de wijde wereld in, want je bent helemaal klaar! Dat komt natuurlijk omdat we nooit uitgeleerd zijn. Of je nu pas katholiek bent geworden of al je hele leven naar de kerk gaat: leerling blijven we. Geloven is namelijk een weg die we ons hele leven gaan. Wat je als kind heel vanzelfsprekend vond, kan later ineens vragen oproepen. Wat je op je dertigste bezighoudt, kan op je zeventigste weer heel anders zijn. Niet omdat wat je eerder geloofde verkeerd was, maar omdat ons geloof zich verdiept. Heel ons leven mogen we ons daarom door Christus bij de hand laten nemen. We blijven leerling van de Heer.
 
In het Evangelie gaan we eigenlijk verder waar we vorige week gebleven zijn. Jezus en zijn leerlingen zijn in de omgeving van Caesarea van Filippus. Een gebied waar allerlei goden vereerd worden en naast elkaar bestaan. Juist daar stelt Jezus zijn leerlingen die belangrijke vraag: “Wie zeggen jullie dat Ik ben?” Petrus geeft het goede antwoord: “Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God.” Jezus noemt Petrus de rots waarop Hij zijn Kerk zal bouwen. Vandaag blijkt dat het goede antwoord kennen nog iets anders is dan werkelijk verstaan wat het betekent. Jezus vertelt zijn leerlingen dat Hij naar Jeruzalem moet gaan, dat Hij daar veel zal moeten lijden, ter dood zal worden gebracht en op de derde dag zal verrijzen. Petrus verzet zich onmiddellijk. Dat kan niet. Dat mag niet gebeuren. Het past niet bij zijn beeld van de Christus, de Messias. Men verwachtte een Messias die zou overwinnen, die de leiding zou nemen en Israël zou herstellen. Nu zegt Jezus dat zijn weg door lijden en dood zal gaan. Jezus spreekt vervolgens duidelijke taal tegen Petrus: “Achter Mij!” Hij wordt letterlijk op zijn plek gezet. Niet vóór Jezus, om Hem te vertellen welke weg Hij moet gaan, maar achter Hem. Als leerling achter de leraar aan. Petrus weet wie Jezus is, maar hij moet nog leren verstaan wie die Jezus werkelijk is. Zijn beeld moet worden bijgesteld.
 
Jezus nodigt ons steeds uit om Hem dieper te leren kennen en beter te verstaan. Daarvoor moet soms ook ons denken worden vernieuwd. Paulus zegt het vandaag in de tweede lezing: “Laat u omvormen […] om te kunnen onderscheiden wat de wil van God is.” Dat vraagt nogal wat. Want ook wij kunnen behoorlijk vastzitten in onze eigen ideeën over God en geloven. “Dit is hoe het heurt en al het andere…” tsja. Daarmee bestaat het risico dat we Christus voor ons eigen karretje spannen. Dat wij eigenlijk al precies weten wat Hij van ons verlangt en vervolgens verwachten dat Hij onze ideeën bevestigt. Geloven kan dan ongemerkt zelfs iets van een prestatie krijgen. Als ik het goede doe, dan zal God toch ook wel goed voor mij zorgen? God houdt geen telraam bij. Geloven is geen rekensom waarin we voldoende goede werken bij elkaar optellen en God vervolgens gaat plussen en minnen. Juist daarom spreekt Paulus over het vernieuwen van ons denken. Als leerling moet je bereid zijn om je te laten vormen. Om soms te ontdekken dat Christus andere wegen inslaat dan je zelf zou bedenken. Dat ontdekt Petrus vandaag. En vroeg of laat ontdekken wij dat ook, want het leven gaat niet altijd zoals wij graag zouden willen.
 
Dat merken we misschien wel het sterkst wanneer het leven moeilijk wordt. Als we geconfronteerd worden met pijn en verdriet. Dan komen vanzelf de grote vragen. Waarom gebeurt dit? Hoe kan een liefdevolle God dit toestaan? Dat zijn terechte vragen. De Bijbel staat er vol mee. Een sluitend antwoord krijgen we alleen niet. In ieder geval geen antwoord dat werkelijk recht doet aan de ingewikkeldheid en de pijn van het leven. Het is dan ontzettend makkelijk om met vrome antwoorden te komen. “God zal wel voorzien”, of: “Misschien wordt je geloof getest”. Die antwoorden kunnen meer pijn doen dan goed. Soms is er gewoon verdriet. Soms is er pijn en machteloosheid. Soms is het leven ontzettend oneerlijk. En dan helpt het niet om dat meteen te willen verklaren. We hebben in ons leven allemaal een kruis te dragen. Voor ieder van ons ziet dat kruis er anders uit. Juist wanneer we daarmee geconfronteerd worden, kunnen ook onze vertrouwde beelden van God gaan wankelen. Juist daar komt opnieuw de vraag van Jezus naar boven: Wie ben Ik voor jou? Wie is Christus voor mij wanneer Hij niet aan mijn verwachtingen beantwoordt? Wanneer Hij mijn problemen niet zomaar oplost? Wanneer mijn oude antwoorden niet meer voldoen?
 
Daarmee hoeven we het lijden niet te verheerlijken. Het christelijk geloof vraagt niet dat we het lijden opzoeken om het lijden. Pijn blijft pijn en verdriet blijft verdriet. Die moeilijke momenten kunnen wel plaatsen worden waar ons geloof zich verdiept. De heilige Johannes van het Kruis spreekt daarover als hij schrijft over de Donkere nacht. Hij kende zelf periodes waarin de vertrouwde ervaring van Gods nabijheid wegviel. Waarin God afwezig kon lijken en de zekerheden waarop hij vertrouwde hem werden ontnomen. Voor Johannes betekent zo'n donkere nacht niet dat God verdwenen is. Het is een weg van loutering. Al het vertrouwde, zelfs de zekerheden waaraan we ons in ons geloof vasthouden, kunnen wegvallen. Niet opdat er niets overblijft, maar opdat we God steeds meer leren ontvangen zoals Hij is en niet alleen zoals wij Hem graag zouden willen zien. Misschien gebeurt daar wel iets van wat Petrus vandaag moet leren. Petrus kent Jezus. Maar wanneer die Christus anders blijkt te zijn dan hij had verwacht, moet Petrus opnieuw leerling worden. Hij moet zijn eigen beeld loslaten om Jezus verder te kunnen volgen. Dat kan ook ons gebeuren. Wanneer het leven ingewikkeld wordt, staan godsbeelden onder druk. Dat betekent niet dat Christus verdwenen is. Hij is juist ook daar waar wij Hem het hardst nodig hebben. Christus kent zelf de weg van het lijden. Hij kent het kruis. Hij staat daarom niet op afstand, maar blijft ons nabij. Soms merken we dat door de mensen die bij ons blijven of ons misschien juist wel verrassen. Soms duurt het heel lang voordat we achteraf iets van zijn aanwezigheid kunnen herkennen. Juist daar kunnen we Hem opnieuw leren kennen. Niet omdat het lijden goed is, maar omdat Christus ook daar aanwezig is. Daarin blijven we dus leerling. Steeds opnieuw mogen we ons door Christus bij de hand laten nemen en ontdekken wie Hij werkelijk is. Ook wanneer Hij anders blijkt te zijn dan wij hadden gedacht. Amen.
 
 
Afbeelding: James Tissot (1836-1902), “Get Behind Me, Satan” (photo: Public Domain)


Reacties

Populaire posts van deze blog

Heilige Drie-eenheid

  Heilige Drie-eenheid   Nu we richting de zomer bewegen en het weer een beetje meewerkt heb ik iets meer oog voor het schone van de natuur. Ooit hoorde ik een verhaal over zonnebloemen. Deze zouden richting de zon groeien en als dat niet mogelijk is, dan draaien ze naar elkaar toe. Uiteraard zou dat laatste heel goed een broodje aap verhaal kunnen zijn, maar de gedachte is natuurlijk mooi dat zij zo op elkaar gericht zijn. Ook wij als mensen zijn gericht op elkaar. We zijn sociale wezens en hebben sociale contacten nodig. Dat lijkt in onze tijd steeds makkelijker te worden. Velen van ons hebben vaak een scherm voor zich en daarmee lijkt de hele wereld binnen handbereik. Relaties worden vorm gegeven via een beweging naar links of rechts en continue kan je zien waar jouw vrienden mee bezig zijn. Het klinkt ideaal, maar het is niet. Laatst meldde Eenvandaag [1] dat de eenzaamheid onder jongeren juist toeneemt door het gebruik van social media. Het klinkt tegenstrijdig, m...

3e zondag van Pasen

  Als jij je uitspreekt voor het goede, kan dat natuurlijk geen tegenstand oproepen. Hoop ik. Noem mij maar naïef, maar daar ga ik toch maar vanuit. Dat de realiteit een andere is merkte ik toen Paus Leo zich uitsprak voor de vrede. Hij houdt ons voor dat we ons daarop moeten richten en dat met oorlog geen vrede bereikt kan worden. Een boodschap waar je niet tegen kan zijn, maar dan hadden we buiten president Trump gerekend. Wellicht voelde hij zich aangesproken, want hij sprak zich meer dan kritisch uit over de paus. Alsof de Kerk zich daarover niet mag uitspreken. Paus Leo doet niet anders dan wat hij moet doen; profetisch spreken. Het is juist de taak van de Kerk, van de paus en van ons allemaal om een ander geluid te laten horen. Om vredebrengers te zijn. Dat is niet alleen een opdracht voor onze paus en de bisschoppen maar voor het hele Gods Volk, als gelovigen hebben wij de roeping om de vrede dichterbij te brengen. Zalig zijn de vredestichters. Die vrede zullen we eerst in...

Dodenherdenking

Jezus zei tegen zijn vrienden: “Ik laat jullie vrede na; mijn vrede geef Ik jullie, zoals de wereld die niet geven kan. Maak je niet ongerust en verlies de moed niet” ( Joh. 14, 27 ). Deze Bijbelse woorden klinken in iedere katholieke viering weer opnieuw. Voordat we de Eucharistie, het heilig Brood ontvangen, wensen we elkaar de vrede van Christus toe. We geven elkaar daarbij een hand en spreken die wens uit. Soms zal het best weleens op de automatische piloot gaan, maar het is een belangrijk moment. Voordat we Christus kunnen ontvangen in de Eucharistie moeten we in vrede leven en dat ook delen met de mensen om ons heen. Het is geen bijzaak en veel meer dan een mooi ritueel. Het raakt aan de kern. We kunnen Gods liefdevolle geschenk pas echt ten diepste ontvangen als we afstand nemen van verwijten, boosheid en onvrede. Die vrede is essentieel. Christus zegt zijn vrienden deze vrede aan op een moment dat alle zekerheden onder druk staan. We bevinden ons rond het Laatste Avondmaal. H...