Doorgaan naar hoofdcontent

25e zondag door het jaar



 
Als je langs een groep kinderen loopt, hoor je nog weleens dat iets niet eerlijk is! Eentje voelt zich achtergesteld bij een spelletje of het snoepje is net wat kleiner. Een bedrukt, rood gezicht, misschien een voorzichtige traan en het plaatje is compleet. Van jongs af aan hebben we al een beeld van wat eerlijk en oneerlijk is en dat roept genoeg emoties en gevoelens op. Een beetje zoals de grote filosoof Calimero ooit verzuchtte: “Zij zijn groot en ik is klein, en da's niet eerlijk.” Daar blijven we ons hele leven gevoelig voor. Ook als we ouder zijn moeten zaken toch eerlijk verlopen, waarbij het natuurlijk de vraag is wat eerlijk daadwerkelijk is. De meesten zullen het erover eens zijn dat het eerlijk is om iets gelijkwaardig te verdelen. Al zit daar dan vaak wel de gedachte bij dat als je meer doet, je ook meer zou mogen verwachten. Tegelijkertijd weten we dat het leven niet altijd eerlijk is. Precies dat brengt Jezus vandaag in het evangelie naar voren.
 
Eigenlijk begint de gelijkenis die Jezus vandaag vertelt al een hoofdstuk eerder. Een rijke jongeman vraagt aan Jezus hoe hij het eeuwig leven kan verkrijgen. Jezus nodigt hem uit alles te verkopen wat hij bezit en dan kan hij Jezus volgen. Dit is voor de rijke jongeman een brug te ver en verdrietig loopt hij weg, want, zo staat er: “Hij bezit veel”. De leerlingen zijn hier getuige van en vragen zich af wie dan nog gered kunnen worden. Petrus maakt vervolgens de rekensom en stelt: “Zie, wij hebben alles prijsgegeven en zijn U gevolgd. Wat zullen wij dus krijgen?” (Mt 19,27). Hierop waarschuwt de Heer hen: “Vele eersten zullen laatsten en vele laatsten eersten zijn.” (Mt 19,30) Dan begint de gelijkenis van de arbeiders in de wijngaard, zoals we zojuist hoorden. Opnieuw gevolgd door: “Zo zullen de laatsten de eersten en de eersten de laatsten zijn.” (Mt 20,16) De vraag van Petrus hangt eigenlijk nog boven het evangelie van vandaag: “Wat krijgen we?” Dit zou je misschien ook kunnen verstaan als: “Heer, we zijn al even met U onderweg en wat levert ons dat op?”  In de gelijkenis ontvangt elke arbeider hetzelfde afgesproken loon, of je nu de hele dag in de volle zon hebt gestaan, of net een uurtje aanwezig was. “Da’s niet eerlijk”. Al krijgen ze precies wat ze afgesproken hebben. Daar ligt het probleem ook niet: het is de scheve blik op wat de ander krijgt. Jezus eindigt de gelijkenis met: “Of zijt ge kwaad, omdat ik goed ben?” Letterlijk spreekt Jezus over een “boos oog”: “Is jouw oog boos omdat ik goed ben?” Met andere woorden: jaloers? Eigenlijk waarschuwt Jezus de leerlingen: laat Gods goedheid voor een ander geen reden worden om zelf scheef te gaan kijken.
 
God nodigt ons uit ons te verheugen in zijn goedheid voor de ander. God kijkt namelijk anders dan wij. Zoals in de eerste lezing klinkt: “Mijn gedachten zijn niet uw gedachten en uw wegen zijn niet mijn wegen.” Gods rechtvaardigheid kan schuren met onze opvattingen. Daarbij moeten we niet denken dat God oneerlijk is. Hij geeft precies wat er afgesproken is, maar zijn logica overstijgt ons gevoel van eerlijkheid. Wij vergelijken en kijken met een schuin oog om ons heen. Gods goedheid voor een ander neemt niets weg van zijn goedheid voor mij.
 
Ook binnen de Kerk ligt het gevaar op de loer dat we “arbeiders van het eerste uur” worden. Je komt ergens al je hele leven en zet je in. Maar dan kunnen er mensen komen die nieuw tot geloof gekomen zijn: met een eigen levensverhaal en misschien wel vol vurig enthousiasme. Dat kan een gevoel oproepen van: “Zo doen we dat hier niet!” Er kan makkelijk met een “boos oog” gekeken worden, een oordeel is dan snel gegeven. Ook dan geldt de vraag: “Kan ik mij verheugen omdat God deze ander geroepen heeft?” Niet dat dan per se alles goed is, maar laten we eerst Gods werk herkennen en daar dankbaar voor zijn.
 
Echt verheugen is namelijk meer dan zeggen: “Dat is leuk voor jou!” Het kan voor de bredere gemeenschap die wij vormen ook een leerweg openen. Juist dat wat schuurt, laat ook zien waar eigen groeiruimte ligt. In ieder geval om te verkennen waarom iets je raakt. De ander is dan een spiegel voor de eigen geloofsweg. Een boos oog kijkt om zich heen en vindt ergens iets van. Als leerlingen van Jezus mogen we met een blije blik om ons heen kijken en zien hoe God in de wereld aan het werk is. Dat betekent niet dat we alles wat gebeurt maar goed moeten vinden, soms moeten we even praten, maar dan wel vanuit de gedeelde vreugde die Christus in ons hart heeft gelegd. Misschien wel vanuit de gedachte: “Zij zijn groot en ik is klein. Wat is het mooi dat Onze Lieve Heer met ieder van ons zijn eigen weg gaat”. Amen.
 
Afbeelding: “De parabel van de arbeiders in de wijngaard”, William Pethe, Rijksmuseum.


Reacties

Populaire posts van deze blog

Heilige Drie-eenheid

  Heilige Drie-eenheid   Nu we richting de zomer bewegen en het weer een beetje meewerkt heb ik iets meer oog voor het schone van de natuur. Ooit hoorde ik een verhaal over zonnebloemen. Deze zouden richting de zon groeien en als dat niet mogelijk is, dan draaien ze naar elkaar toe. Uiteraard zou dat laatste heel goed een broodje aap verhaal kunnen zijn, maar de gedachte is natuurlijk mooi dat zij zo op elkaar gericht zijn. Ook wij als mensen zijn gericht op elkaar. We zijn sociale wezens en hebben sociale contacten nodig. Dat lijkt in onze tijd steeds makkelijker te worden. Velen van ons hebben vaak een scherm voor zich en daarmee lijkt de hele wereld binnen handbereik. Relaties worden vorm gegeven via een beweging naar links of rechts en continue kan je zien waar jouw vrienden mee bezig zijn. Het klinkt ideaal, maar het is niet. Laatst meldde Eenvandaag [1] dat de eenzaamheid onder jongeren juist toeneemt door het gebruik van social media. Het klinkt tegenstrijdig, m...

3e zondag van Pasen

  Als jij je uitspreekt voor het goede, kan dat natuurlijk geen tegenstand oproepen. Hoop ik. Noem mij maar naïef, maar daar ga ik toch maar vanuit. Dat de realiteit een andere is merkte ik toen Paus Leo zich uitsprak voor de vrede. Hij houdt ons voor dat we ons daarop moeten richten en dat met oorlog geen vrede bereikt kan worden. Een boodschap waar je niet tegen kan zijn, maar dan hadden we buiten president Trump gerekend. Wellicht voelde hij zich aangesproken, want hij sprak zich meer dan kritisch uit over de paus. Alsof de Kerk zich daarover niet mag uitspreken. Paus Leo doet niet anders dan wat hij moet doen; profetisch spreken. Het is juist de taak van de Kerk, van de paus en van ons allemaal om een ander geluid te laten horen. Om vredebrengers te zijn. Dat is niet alleen een opdracht voor onze paus en de bisschoppen maar voor het hele Gods Volk, als gelovigen hebben wij de roeping om de vrede dichterbij te brengen. Zalig zijn de vredestichters. Die vrede zullen we eerst in...

Dodenherdenking

Jezus zei tegen zijn vrienden: “Ik laat jullie vrede na; mijn vrede geef Ik jullie, zoals de wereld die niet geven kan. Maak je niet ongerust en verlies de moed niet” ( Joh. 14, 27 ). Deze Bijbelse woorden klinken in iedere katholieke viering weer opnieuw. Voordat we de Eucharistie, het heilig Brood ontvangen, wensen we elkaar de vrede van Christus toe. We geven elkaar daarbij een hand en spreken die wens uit. Soms zal het best weleens op de automatische piloot gaan, maar het is een belangrijk moment. Voordat we Christus kunnen ontvangen in de Eucharistie moeten we in vrede leven en dat ook delen met de mensen om ons heen. Het is geen bijzaak en veel meer dan een mooi ritueel. Het raakt aan de kern. We kunnen Gods liefdevolle geschenk pas echt ten diepste ontvangen als we afstand nemen van verwijten, boosheid en onvrede. Die vrede is essentieel. Christus zegt zijn vrienden deze vrede aan op een moment dat alle zekerheden onder druk staan. We bevinden ons rond het Laatste Avondmaal. H...